1. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking
voor de Individuele inkomenstoeslag de belanghebbende van 21 jaar of
ouder doch jonger dan de AOW gerechtigde leeftijd, die gedurende de
referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is
dan 100% van de voor hem geldende norm, zoals opgenomen in artikel 1 sub
i van deze Verordening, gemiddeld per jaar en geen in aanmerking te
nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet.
2. Niet voor de Individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de
belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel
een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
3. Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de
Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college
vastgesteld formulier.
4. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de
Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als
alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden
5. Voor toepassing van het eerste, tweede en vierde lid is de situatie
op de peildatum bepalend.