Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Toekenning individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Ridderkerk 2015

Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het voor akkoord ondertekende onderzoeksverslag, gespreksverslag of ondersteuningsplan wordt vastgesteld dat de jeugdige: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, of geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening; Het college kent eveneens een individuele voorziening toe in de gevallen als bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid. Conform artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college alleen een individuele voorziening in de vorm van een pgb: als de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat is / zijn de aan een pgb verbonden taken zoals verbonden aan het ondersteuningsplan op verantwoorde wijze uit te voeren; als de jeugdige of zijn ouders overtuigend kan / kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; Ingeval van doorverwijzing door een huisarts, jeugdarts of medisch specialist kan dientengevolge alleen een pgb verstrekt worden wanneer de toekenning van de individuele voorziening, na overlegging van een door de jeugdige of zijn ouders ingediend plan met begroting over hoe zij het pgb gaan besteden, bekrachtigd middels een verleningsbeschikking; als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is en bijdraagt aan het gewenste resultaat; als de kosten van het pgb ten hoogste 90% van de kostprijs bedragen van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate voorziening in natura, tenzij de jeugdige of zijn ouders de kosten die uitstijgen boven de kostprijs van deze voorziening in natura, zelf willen bekostigen. het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van het door de jeugdige of zijn ouders ingediende plan met begroting over hoe zij het pgb gaan besteden. Degene aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de individuele voorziening uitsluitend betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk indien deze persoon: voor zijn diensten niet meer krijgt betaald tot maximaal 70% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura; niet heeft aangegeven dat de zorg aan de ontvanger van het pgb hem te zwaar valt; het pgb niet zal gebruiken voor de betaling van tussenpersonen of belangbehartigers en op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb heeft uitgeoefend bij diens besluitvorming. Het college kan in bijzondere gevallen ook voorzieningen die geen individuele voorziening voor een jeugdige of ouders zijn, in de vorm van een pgb verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel