Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in
het voor akkoord ondertekende onderzoeksverslag, gespreksverslag
of ondersteuningsplan wordt vastgesteld dat de jeugdige:
op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen
uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn
hulpvraag kan vinden;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al
dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige
voorziening, of
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al
dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere
voorziening;
Het college kent eveneens een individuele voorziening toe in de
gevallen als bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid.
Conform artikel 8.1.1 van de wet verstrekt het college alleen
een individuele voorziening in de vorm van een pgb:
als de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit
hun sociale netwerk dan wel van een curator,
bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat is / zijn
de aan een pgb verbonden taken zoals verbonden aan het
ondersteuningsplan op verantwoorde wijze uit te
voeren;
als de jeugdige of zijn ouders overtuigend kan / kunnen
motiveren waarom zij de individuele voorziening die door
een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten;
Ingeval van doorverwijzing door een huisarts, jeugdarts
of medisch specialist kan dientengevolge alleen een pgb
verstrekt worden wanneer de toekenning van de
individuele voorziening, na overlegging van een door de
jeugdige of zijn ouders ingediend plan met begroting
over hoe zij het pgb gaan besteden, bekrachtigd middels
een verleningsbeschikking;
als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat
de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen
betrekken van een aanbieder of een persoon die behoort
tot het sociale netwerk, van goede kwaliteit is en
bijdraagt aan het gewenste resultaat;
als de kosten van het pgb ten hoogste 90% van de
kostprijs bedragen van de in de betreffende situatie
goedkoopste adequate voorziening in natura, tenzij de
jeugdige of zijn ouders de kosten die uitstijgen boven
de kostprijs van deze voorziening in natura, zelf willen
bekostigen.
het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van het
door de jeugdige of zijn ouders ingediende plan met begroting
over hoe zij het pgb gaan besteden.
Degene aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de individuele
voorziening uitsluitend betrekken van een persoon die behoort
tot zijn sociale netwerk indien deze persoon:
voor zijn diensten niet meer krijgt betaald tot maximaal
70% van de kostprijs van de in de betreffende situatie
goedkoopste adequate individuele voorziening in
natura;
niet heeft aangegeven dat de zorg aan de ontvanger van
het pgb hem te zwaar valt;
het pgb niet zal gebruiken voor de betaling van
tussenpersonen of belangbehartigers en
op geen enkele wijze druk op de ontvanger van het pgb
heeft uitgeoefend bij diens besluitvorming.
Het college kan in bijzondere gevallen ook voorzieningen die
geen individuele voorziening voor een jeugdige of ouders zijn,
in de vorm van een pgb verstrekken.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Toekenning individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Ridderkerk 2015