Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Algemene toelichting Verordening Tegenprestatie Participatiewet gemeente Zuidplas
Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Deze verplichting geldt voor een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd vanaf de dag van melding. Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c. van de Participatiewet en artikel 37, lid 1, onderdeel f van de IOAW/IOAZ. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Individuele omstandigheden
Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden de aan de persoon op te leggen tegenprestatie, waarbij het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht moet nemen terzake de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie.
Geen tegenprestatie
Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken – aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid van de Participatiewet).
De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid van de Participatiewet).
Afstemmen
Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de gemeentelijke afstemmingsverordening.
Bevoegdheid opdragen tegenprestatie
De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.
Tegenprestatie is geen re-integratie
De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. Bij re-integratie is het doel toeleiding van de klant naar de arbeidsmarkt. Ook werken met behoud van uitkering (bijvoorbeeld een Proefplaatsing, Werkstage of Participatieplaats) is een vorm van re-integratie gericht op toeleiding naar de arbeidsmarkt en verschilt daarin van de tegenprestatie. Voorts mag een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk boven uitkering.
Tegenprestatie is geen vrijwilligerswerk
De gangbare definitie van vrijwilligerswerk is:
“Vrijwilligerswerk is werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving.”
Deze definitie heeft vier elementen: onbetaald, ten goede van anderen of samenleving, enig georganiseerd verbad en onverplicht. De eerste twee elementen zijn ook van toepassing op de tegenprestatie en de derde kan dat ook zijn. De tegenprestatie onderscheidt zich echter van vrijwilligerswerk doordat het een verplichting is.
Verder geldt dat vrijwilligerswerk van veel langere duur en omvang kan zijn dan de tegenprestatie. Er wordt door sommigen gesteld dat een bijstandsklant een tegenprestatie kan weigeren op grond van het feit dat vrijwilligers dezelfde werkzaamheden (in georganiseerd verband) uitvoeren. Omdat de tegenprestatie beperkt is in duur en omvang is er echter een verschil met vrijwilligerswerk. De tegenprestatie kan dus wel bestaan uit dezelfde werkzaamheden als die vrijwilligers verrichten.
Verordeningsplicht
De wet legt de gemeenteraad de verplichting op om bij verordening regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet en in artikel 35, lid 1 onderdeel d. van de IOAW/IOAZ.
Ontwikkelen beleid door college
Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c. van de Participatiewet en artikel 34, eerste lid van de IOAW/IOAZ.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 3
Artikel 10.
Inwerkingtreding
Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet en IOAW/IOAZ gemeente Zuidplas