Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5.

Duur en omvang van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet en IOAW/IOAZ gemeente Zuidplas

Artikel 5 van deze verordening stelt voorwaarden ten aanzien van de duur en omvang van de tegenprestatie. Individuele omstandigheden Het college beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden van een belanghebbende de omvang en de duur van de tegenprestatie, met inachtneming van de in de verordening neergelegde criteria. De omvang van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te zijn. Dat betekent dat het college steeds een afweging maakt op basis van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden. Maximale duur tegenprestatie in maanden Artikel 5, eerste lid regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een maximale duur. De tegenprestatie kan worden opgedragen voor de maximale duur van drie maanden. Uit het onderzoeksrapport “Voor wat hoort wat” blijkt dat bij ongeveer de helft van de gemeenten die de tegenprestatie uitvoeren de gemiddelde duur korter is dan een half jaar en bij iets minder dan de helft is de gemiddelde duur meer dan een half jaar. Maximale duur tegenprestatie in uren Artikel 5, tweede lid regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een maximaal aantal uren. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 12 uur per week. Voor het maximaal aantal uren is gekozen om de tegenprestatie van relatief geringe omvang te laten zijn. Artikel 5, derde lid regelt dat het opdragen van een tegenprestatie binnen een periode van twaalf maanden slechts tweemaal worden opgedragen. Deze bepaling waarborgt dat de tegenprestatie voor een beperkte periode wordt ingezet. Een beperkte duur en omvang van de tegenprestatie is wettelijk vereist en ook noodzakelijk om aan de veilige kant van de internationale bepalingen met betrekking tot het verbod op dwangarbeid en verplichte arbeid te blijven (artikel 4 EVRM).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel