In het eerste lid is vastgelegd dat geen tegenprestatie wordt opgedragen indien een belanghebbende mantelzorg verricht en het college het verrichten hiervan redelijk vindt. De regering heeft deze mogelijkheid uitdrukkelijk benoemd in de Nota van wijziging van de wet.
Of sprake is van mantelzorg wordt getoetst aan de criteria van het begrip mantelzorg zoals neergelegd in artikel 1 van deze verordening. Verricht een belanghebbende mantelzorg in de zin van deze verordening en is het verrichten van mantelzorg volgens het college redelijk, dan draagt het college een belanghebbende geen tegenprestatie op.
Een ontheffing is ook mogelijk bij degene die vrijwilligerswerk verricht (lid 2). Deze reden voor ontheffing is niet genoemd in de wet, maar is opgenomen omdat degene die vrijwilligerswerk doet van enige omvang al een bijdrage levert aan de samenleving.
In lid 3 is geregeld dat het college beleidsregels kan vaststellen voor het uitvoeren van artikel 7 van deze verordening.
Hoofdstuk 3
Artikel 7.
Ontheffing van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet en IOAW/IOAZ gemeente Zuidplas