Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de zelfstandige voorziening in het bestaan tijdens de bijstandsperiode

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Zuidplas 2015

1.. Indien een belanghebbende tijdens de bijstandsperiode tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt bij de hieronder genoemde gedragingen een verlaging van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand opgelegd: het door eigen schuld of toedoen geen recht (meer) hebben op een voorliggende voorziening voor de algemene bijstand; het door eigen schuld of toedoen inkomsten hebben verloren. 2.. Indien een belanghebbende tijdens de bijstandsperiode een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt bij de hieronder genoemde gedraging de op te leggen verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag, gerelateerd aan de netto-bijstand: a.. het onverantwoord besteden van vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet. 3.. De verlaging als bedoeld in het tweede lid wordt op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 2.000,-: 25% van de bijstandsnorm gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- tot € 10.000,-: 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand; bij een benadelingsbedrag van € 10.000,- tot 20.000,-: 100% van de bijstandsnorm gedurende twee maanden; bij een benadelingsbedrag van € 20.000,- of meer: 20% van de bijstandsnorm gedurende het aantal maanden dat de belanghebbende met het vermogen in zijn bestaan zou hebben kunnen voorzien, met een maximum van 24 maanden. 4.. Indien een belanghebbende tijdens de bijstandsperiode tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, anders dan in het eerste lid, onderdeel a. bedoeld, waardoor geen beroep meer gedaan kan worden op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van recidive van schending van de inlichtingenplicht, wordt een verlaging van 100% van de bijstandsnorm gedurende maximaal drie maanden opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel