Lid 1
Het college ziet af van het opleggen van een sanctie ‘indien elke vorm van verwijtbaarheid’ ontbreekt. Hierbij moet met name worden gedacht aan situaties waarin betrokkene door overmacht niet in staat is geweest om verplichtingen na te komen. Overigens kan daarbij het tijdstip waarop de klant het college daarover geïnformeerd heeft nog een rol spelen. Zo kan worden verlangd dat een klant die vanwege ziekte niet in staat is om op een afspraak te verschijnen, dat doorgeeft of laat doorgeven zodra dit mogelijk is.
Lid 2
Een andere reden om af te zien van het opleggen van een sanctie is dat de gedraging te lang geleden heeft plaatsgevonden (verjaring). Met het oog op de effectiviteit van een verlaging, is het vereist dat deze zo spoedig mogelijk nadat de gedraging plaatsvond, wordt opgelegd (lik op stuk).
Uit oogpunt van redelijkheid is dan ook in het tweede lid bepaald dat niet tot het toepassen van een sanctie wordt overgegaan, indien de gedraging langer dan drie jaar geleden heeft plaats-gevonden.
Lid 3
Hierin wordt bepaald dat het college kan afzien van het opleggen van een verlaging, indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat toetsing aan het criterium ‘dringende redenen’ eerst aan de orde kan zijn, nadat individualisering zoals hierboven omschreven erin geresulteerd heeft dat tot het toepassen van een sanctie zou moeten worden overgegaan.
Dringende redenen om van het toepassen van een sanctie af te zien, kunnen worden gevonden in bijzondere omstandigheden van financiële of sociale aard. Het moet dan gaan om zeer ernstige gevolgen voor belanghebbende of diens gezin. Dat een belanghebbende financieel zwaar getroffen wordt door een sanctie is op zichzelf geen dringende reden, omdat dit voor elke uitkeringsgerechtigde geldt.
Lid 4
Indien wegens een dringende reden het toepassen van een sanctie achterwege gelaten wordt, moet dit wel middels een beschikking aan belanghebbende worden medegedeeld, opdat de betreffende gedraging wel kan meetellen in het kader van een recidive.
Hoofdstuk 5.
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Zuidplas 2015