Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2015

Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet (in artikel 1) al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening. Voor de duidelijkheid zijn een aantal relevante wettelijke definities hieronder weergegeven: huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de aanvragers van een huisvestingsvergunning voor een bij huisvestingsverordening aangewezen woonruimte, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor «belanghebbende» telkens wordt gelezen «aanvrager»; huurprijs: prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; koopprijs: prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald economische binding; economisch gebonden aan de gemeente indien woningzoekende met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in die gemeente te vestigen maatschappelijke binding: maatschappelijk gebonden aan de gemeente indien woningzoekende: 1°. een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in de gemeente te vestigen, of 2°. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de gemeente. De meeste begrippen in de verordening spreken voor zich. Dat geldt echter niet voor lid f, permanente bewoning. Met dit begrip wordt op Schiermonnikoog als volgt omgegaan: De permanente bewoning van een pand is nu gekoppeld aan een inschrijving in de gemeentelijke basisregistratie. Dit impliceert dat periodieke controle op schijninschrijvingen dient plaats te vinden indien er sprake is van een reëel vermoeden van schijninschrijving. Met het oog op de praktische uitvoering van de verordening kan hierbij worden vermeld dat van permanente bewoning in de betreffende woning (met uitzondering van personeelshuisvesting)in elk geval geensprake kan zijn als zich de volgende omstandigheden voordoen: betrokkene staat niet in de gemeente Schiermonnikoog ingeschreven op het betreffende adres als bedoeld in de BRP; betrokkene heeft in een andere plaats, waar hem gedurende het gehele jaar dan wel een aanzienlijk gedeelte van dat jaar een woning ter beschikking staat, nauwere maatschappelijke/sociale en/of economische relaties dan in de gemeente Schiermonnikoog. Het in de vorige verordening gehanteerde criterium: betrokkene brengt niet tenminste 180 overnachtingen, waaronder minimaal 50 in de maanden december, januari en februari, in de betreffende woonruimte door; wordt in deze verordening losgelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel