Voordat een verlaging wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen
en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
c.het horen van belanghebbende redelijkerwijs niet noodzakelijk is voor de vaststelling van de ernst
van de gedraging, van de mate van verwijtbaarheid en van de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende;
d.belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Zuidplas 2015