Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Doorlopende mobiliteit

Onderdeel van Regeling vervoer- en verblijfkosten

1.. De medewerker die noodzakelijkerwijs voor de uitvoering van zijn dagelijkse werkzaamheden gebruik moet maken van auto of motorfiets, geniet daarvoor een netto vergoeding op basis van de Reisregeling binnenland. 2.. De directie wordt mandaat verleend om een opsomming op te stellen en te onderhouden van functies, waarvoor de in het eerste lid genoemde vergoeding van toepassing is. 3.. Indien voor de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden noodzakelijkerwijs gebruik gemaakt moet worden van een eigen middel van vervoer, wordt geacht hiervoor toestemming te zijn verleend door het college, in de zin van artikel 15:1:24 van de CAR-UWO. 4.. De betreffende bepalingen in de Reisregeling binnenland ten aanzien van verblijfkosten blijven bij de toepassing van dit artikel buiten beschouwing. In bijzondere omstandigheden kan het college naar billijkheid een vergoeding voor verblijfkosten vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel