**1..** Het college verstrekt bijzondere bijstand voor levensonderhoud aan 18 t/m 20 jarigen die niet verblijven in een inrichting, op grond van artikel 12 van de wet aanvullend op de jongerennorm (artikel 20 onder a Participatiewet).
**2..** De hoogte van de bijzondere bijstand is in beginsel niet hoger dan het verschil tussen 50% van de gehuwdennorm (artikel 21 onder b Participatiewet) en de jongerennorm (artikel 20 onder a Participatiewet).
**3..** Het college kan de aanvullende bijzondere bijstand op grond van de individuele situatie lager of hoger vaststellen. Hiervoor kan aanleiding zijn bijvoorbeeld wanneer de jongere een woning deelt met een of meer personen.
**4..** Over de aanvullende bijzondere bijstand wordt geen vakantietoeslag gereserveerd.
Hoofdstuk 8
Artikel 30
Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen niet in inrichting
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand