Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 46

Hoogte aflossing en rente leenbijstand

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand

1.. Het college stelt de aflossing van de bijstand in de vorm van een lening als volgt vast bij een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm: voor een alleenstaande 4% van de gezinsnorm voor een eenoudergezin op 5% van de gezinsnorm voor een gezin op 6% van de gezinsnorm 2.. Het college stelt de aflossing van de bijstand in de vorm van een lening als volgt vast bij een inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm: voor een alleenstaande 4% van de gezinsnorm, verhoogd met 35% van het netto inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm voor een eenoudergezin 5% van de gezinsnorm, verhoogd met 35% van het netto inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm voor een gezin 6% van de gezinsnorm, verhoogd met 35% van het netto inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm 3.. Het college kan de aflossing van de lening aanpassen indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. 4.. Het college brengt geen rente in rekening over bijstand die in de vorm van een lening is verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel