1 Een op grond van deze verordening verstrekte voorziening wordt in ieder geval beëindigd als één of meerdere van de volgende situaties zich voordoen en het
college hiervan onmiddellijk in kennis wordt gesteld:
a overlijden;
b verhuizing naar een andere gemeente of een instelling gericht op het
verstrekken van zorg;
c een vakantie van meer dan 4 weken indien er een voorziening hulp bij het
huishouden en/of een financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten is
verstrekt;
d op verzoek van de persoon aan wie de voorziening is toegekend;
e ziekte of verslechtering in de gezondheidssituatie waardoor de voorziening
langer dan drie maanden niet kan worden gebruikt;
f verbetering in de gezondheidsituatie waardoor de voorziening niet langer
noodzakelijk is;
g een ontzegging van de rijbevoegdheid door de rechter indien een
vervoermiddel met hulpmotor of elektromotor is toegekend;
h als de verzekeringsmaatschappij een verzekering beëindigt als gevolg van
het gedrag van de persoon aan wie de voorziening is verstrekt;
i een zodanige beschadiging van de voorziening dat herstel ervan niet zinvol
is.
2 Indien een voorziening wordt beëindigd, bestaat de beëindiging uit:
a het innemen van de voorziening als deze in natura en in bruikleen is
verstrekt;
b het niet (langer) betaalbaar stellen van een voorziening als deze in de
vorm van een persoonsgebonden budget voor de individuele voorziening
hulp bij het huishouden of in de vorm van een financiële tegemoetkoming
is verstrekt;
c het innemen van de voorziening als deze in de vorm van een persoonsgebonden budget is verstrekt.
Hoofdstuk 9
Artikel 9.1
Het beëindigen van een voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010