Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.1

Het beëindigen van een voorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010

1 Een op grond van deze verordening verstrekte voorziening wordt in ieder geval beëindigd als één of meerdere van de volgende situaties zich voordoen en het college hiervan onmiddellijk in kennis wordt gesteld: a overlijden; b verhuizing naar een andere gemeente of een instelling gericht op het verstrekken van zorg; c een vakantie van meer dan 4 weken indien er een voorziening hulp bij het huishouden en/of een financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten is verstrekt; d op verzoek van de persoon aan wie de voorziening is toegekend; e ziekte of verslechtering in de gezondheidssituatie waardoor de voorziening langer dan drie maanden niet kan worden gebruikt; f verbetering in de gezondheidsituatie waardoor de voorziening niet langer noodzakelijk is; g een ontzegging van de rijbevoegdheid door de rechter indien een vervoermiddel met hulpmotor of elektromotor is toegekend; h als de verzekeringsmaatschappij een verzekering beëindigt als gevolg van het gedrag van de persoon aan wie de voorziening is verstrekt; i een zodanige beschadiging van de voorziening dat herstel ervan niet zinvol is. 2 Indien een voorziening wordt beëindigd, bestaat de beëindiging uit: a het innemen van de voorziening als deze in natura en in bruikleen is verstrekt; b het niet (langer) betaalbaar stellen van een voorziening als deze in de vorm van een persoonsgebonden budget voor de individuele voorziening hulp bij het huishouden of in de vorm van een financiële tegemoetkoming is verstrekt; c het innemen van de voorziening als deze in de vorm van een persoonsgebonden budget is verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel