De hoogte van het bedrag voor de individuele voorziening hulp bij het huishouden, genoemd in artikel 3.2 lid 3 van de verordening is, indien de hulp wordt geleverd door een thuiszorgaanbieder die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de beleidsregels, vastgesteld op:
a € 18,88 per uur voor overname van de normale huishoudelijke taken;
b € 22,06 per uur voor aanvullende huishoudelijke activiteiten en kortdurende aanvullende activiteiten.
In overige situaties wordt de hoogte van het bedrag van de hulp bij het
huishouden vastgesteld op 80% van de bedragen genoemd in het eerste lid onder a en b.
3 Het bedrag wordt per periode van vier weken vooruit betaald, waarbij de periode gelijk is aan de betalingsperiode van de eigen bijdrage die door het Centraal administratiekantoor wordt geïnd.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.1
Individuele voorziening hulp bij het huishouden
Onderdeel van Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010