De hoogte van het bedrag van de financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten, genoemd in artikel 7.3 lid 1 van de verordening, is vastgesteld op € 3.500,00.
Het bedrag, genoemd in het vorige lid, wordt betaald nadat de verhuizing heeft plaatsgevonden.
De omvang van het bedrag van de financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving, genoemd in artikel 7.3 lid 2 van de verordening, is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van het huurbedrag waarvoor een huurtoeslag kan worden toegekend, waarbij de kosten:
in de eerste maand niet worden vergoed
voor 100% worden vergoed in de tweede en derde maand
voor 75% worden vergoed in de vierde en vijfde maand
voor 50% worden vergoed in de zesde maand
voor 100% worden vergoed na de zesde maand indien vaststaat dat binnen drie maanden de woning verhuurd kan worden aan een persoon die tot de doelgroep van de wet behoort.
Het bedrag, genoemd in het vorige lid, wordt maandelijks vooruit betaald
indien en voor zover de woning op verzoek van het college beschikbaar
gehouden wordt voor bewoning door een persoon die tot de doelgroep van de wet behoort.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.4
Overige voorzieningen
Onderdeel van Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2010