Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4:

Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Zuidplas 2015

In artikel 25 van de wet worden de termijnen aangeven waarbinnen het college van burgemeester en wethouders dienen te beslissen na de datum van ontvangst van de aanvraag. In dit artikel wordtuitvoering gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van de wet. Lid 3: Op het moment dat de woningzoekende in aanmerking komt voor een woning binnen de gemeente wordt, voordat de toewijzing plaatsvindt, gecontroleerd of de woningzoekende daadwerkelijk aan de eisen voldoet. Het is de verantwoordelijkheid van de woningzoekende zelf om op dat moment de gevraagde gegevens te overleggen. Indien een woningzoekende wenst te worden ingedeeld in een bepaalde voorrangscategorie dan dienen de volgende aanvullende bewijsstukken te worden overlegd: Het gaat bij de toewijzing van een woning om de volgende gegevens van de woningzoekende: Bij het bestaan van een maatschappelijke binding: uittreksels uit de Basisregistratie personen; Bij het bestaan van een economische binding: een werkgeversverklaring, dan wel een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel en andere gegevens waaruit een economische binding aan de gemeente blijkt, waaronder gegevens met betrekking tot het inkomen waaruit blijkt dat een substantieel deel van het inkomen in of vanuit de gemeente wordt verworven. Zie ook artikel 1, onder d. Bij het doen van een beroep op woonruimte op basis van artikel 13, lid 3 bewijsstukken waaruit blijkt dat men tot één van betreffende urgentiecategorieën behoort. Lid 5: b. Voordeel van het vermelden van de namen van de vergunninghouders op of bij de huisvestingsvergunning is, dat bij kwesties van medehuurderschap voor de burgerlijk rechter helderheid over het publiekrechtelijke aspect van de huisvestingsvergunning verschaft kan worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel