In deze verordening wordt verstaan onder:
dag: een periode van 24 uren die om 0.00 uur aanvangt;
dagdeel: de perioden van 9.00 tot 13.00 uur, van 13.00 tot 17.00 uur
en (op koopavonden) van 17.00 tot 21.00 uur;
houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
opgegeven kentekens;
motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met
inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel
1 onder ia van het RVV 1990;
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990;
vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te
parkeren binnen daartoe aangewezen gebieden;
vergunningbewijs: parkeerkaart waaruit blijkt dat een
parkeervergunning is verleend;
vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie
een vergunning is verleend.