1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. P-wet:
Participatiewet b. Bbz: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen
2004; c. IOAW : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers ; d. IOAZ: Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen; e. De wet: de P-wet, IOAW, IOAZ en Bbz te
samen; f. Algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5,
onderdeel b, van de P-wet; g. Bijstandsnorm: 1° toepasselijke norm
als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de P-wet, of 2° grondslag
van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5
van de IOAZ voor zover sprake is van een uitkering op grond van de
IOAW of IOAZ; h. Grondslag: de uitkeringsnorm zoals bedoeld in
artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ; i. Bijzondere bijstand: de
bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de P-wet; j.
Belanghebbende: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin
dat recht heeft op een uitkering dan wel een voorziening in het
kader van de wet; k. Uitkering: in de context van deze verordening
wordt onder uitkering verstaan de bijstandsuitkering of de grondslag
IOAW / IOAZ; l. Uitkeringsgerechtigde: een persoon die een uitkering
ontvangt ingevolgde de P-wet, IOAW of IOAZ; m.
Re-integratieverplichting: de verplichting om gebruik te maken van
een voorziening gericht op inschakeling in of het verkleinen van de
afstand tot de arbeid waaronder begrepen begeleiding naar
maatschappelijke participatie en het meewerken aan een onderzoek
naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en/ of de geschiktheid
voor scholing/ opleiding; n. Inlichtingenplicht: de verplichting om
op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van
alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk is
dat deze van invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling of het
recht op bijstand; o. Medewerkingsverplichting: de verplichting om
mee te werken aan de noodzakelijk geachte voorziening, aan een
onderzoek naar het recht op uitkering, eventueel via een huisbezoek
als ook naar de voortgang van het re-integratietraject; p.
Benadelingsbedrag: het bedrag dat ten onrechte of teveel is of wordt
verleend als uitkering; q. Recidive: hiervan is sprake wanneer een
belanghebbende zich binnen 12 maanden na de vorige als verwijtbaar
aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare
gedraging uit dezelfde categorie dan wel hetzelfde artikel zoals
genoemd in deze verordening dan wel de wet. Alleen bij de boete is
de recidiveperiode vastgesteld op 5 jaar. r. Verlaging/maatregel:
het verlagen van de bijstand of grondslag op grond van artikel 18
tweede lid van de P-wet resp. 20 lid 2 IOAW/ IOAZ; s. Waarschuwing:
het besluit waarin afgezien wordt van het opleggen van een maatregel
of boete, maar waarin wel wordt bevestigd dat er sprake is van het
verwijtbaar niet nakomen van verplichtingen; t. Voorziening: een
door het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op
inschakeling in de arbeid of zelfstandige maatschappelijke
participatie waaronder begrepen een onderzoek naar de belastbaarheid
en de noodzaak tot inzet van loonkostensubsidie; u. Doelgroep
re-integratie: personen aan wie op grond van artikel 7 eerste lid
onder a van de P-wet of op grond van artikel 34 van de IOAW, of op
grond van artikel 34 van de IOAZ door de gemeente ondersteuning bij
re-integratie kan worden geboden; v. Participatie: het naar vermogen
meedoen in de samenleving door o.a. het verrichten van betaald
regulier of gesubsidieerd werk, het volgen van scholing, het
verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of een
tegenprestatie; w. Loonkostensubsidie: de subsidie op de loonsom die
het college kan verstrekken aan een werkgever om een werknemer met
een verminderde loonwaarde vanwege een beperking al dan niet
tijdelijk in dienst te nemen; x. Verminderde loonwaarde: hiervan is
sprake wanneer een persoon vanwege een beperking niet in staat is
het wettelijk minimum uurloon te verdienen; y. Plan van aanpak: een
plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de P-wet of een
trajectplan; z. Tegenprestatie: onbeloonde maatschappelijk nuttige
activiteiten die worden verricht, eventueel naast of in aanvulling
op beloonde arbeid, en die niet leiden tot verdringing op de
arbeidsmarkt. De werkzaamheden hoeven niet te leiden tot het
versterken van het arbeidsperspectief en dienen als wederdienst voor
de ontvangen uitkering; aa. Wachttijd (27-) wettelijk bepaalde
periode van vier weken waarin de belanghebbende verplicht is zelf op
zoek te gaan naar werk en om de mogelijkheden van regulier onderwijs
te onderzoeken. Pas hierna wordt de aanvraag ingediend en het recht
op inkomensondersteuning en ondersteuning naar participatie
onderzocht; bb. Inspanningsperiode (27+): de eerste periode van vier
weken waarin de belanghebbende verplicht kan worden zelf op zoek te
gaan naar werk. Pas na vier weken wordt het recht op
inkomensondersteuning en ondersteuning naar participatie onderzocht;
cc. Duurzame arbeidsinschakeling: algemeen geaccepteerde arbeid die
over een periode van ten minste zes maanden wordt verricht en waar
geen voorziening aan verbonden is in de vorm van loonkostensubsidie;
dd. Bestuurlijke boete: een boete die door een daartoe bevoegde
overheidsdienst zonder tussenkomst van het Openbaar Ministerie of
een rechter kan worden opgelegd. Deze boete heeft een straffend
karakter; ee. Beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de
artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, deel van het inkomen waarop geen beslag mag worden
gelegd; ff. Recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel
18a, vijfde lid, van de P-wet; gg. Bezit: waarde van de bezittingen
waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs
kan beschikken, met uitzondering van het in de bewoonde woning met
bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste
lid, van de P-wet; hh. Verrekenen: de verrekening als bedoeld in
artikel 60, vierde lid, van P-wet. ii. Mantelzorg: langdurige zorg,
gedurende 10 uur of meer per week, die niet in het kader van een
hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening
rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke
zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; jj. Flankerende
voorziening: de inzet van deze voorziening is een randvoorwaarde
voor de belanghebbende voor deelname aan re-integratievoorzieningen
en nakoming van arbeidsverplichtingen (waaronder schuldhulpverlening
en kinderopvang); kk. No-risk polis: een verzekering die de
financiële gevolgen van ziekte van de in dienst genomen
uitkeringsgerechtigde voor een werkgever afdekt; ll. Screening: een
onderzoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt van een
uitkeringsaanvrager of uitkeringsgerechtigde dat wordt verwerkt in
een plan van aanpak; mm. Diagnose: wanneer de screening duidt op het
mogelijk bestaan van een arbeidsbeperking of een andere belemmering
richting arbeidsmarkt, wordt dit vervolgonderzoek ingesteld teneinde
een plan van aanpak vast te stellen; nn. Verdiepende diagnose: een
nader onderzoek naar de arbeidsmogelijkheden en beperkingen
uitgevoerd door een externe deskundige teneinde een plan van aanpak
vast te stellen; oo. Participatiepartner: re-integratiebedrijf,
werkgever of maatschappelijke partner, waarmee de gemeente
samenwerkt in het kader van de P-wet.