1. In het besluit tot het opleggen van de verlaging of waarschuwing
van de uitkering wordt in ieder geval vermeld: de reden van de
verlaging/waarschuwing, de eventuele duur en hoogte van de verlaging
als ook de afweging van de individuele belangen zoals bedoeld in
deze verordening. 2. Met een besluit waarmee een verlaging is
opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
grond van dringende redenen dan wel het geven van een waarschuwing
op grond van deze verordening. Daarom tellen ook deze besluiten mee
voor recidive.