Naar hoofdinhoud

§ 2 › § 2.1

Artikel 3

Aanspraak

Onderdeel van Verzamelverordening 2015

1. De aanspraak op ondersteuning gericht op re-integratie wordt niet eerder dan vier weken na de (uitkerings)aanvraag inhoudelijk beoordeeld, tenzij dit naar de mening van het college in de individuele situatie niet geoorloofd is. 2. Voorzieningen kunnen worden verstrekt aan een belanghebbende dan wel aan de werkgever van de belanghebbende. 3. Op basis van een screening en eventueel een (verdiepende) diagnose stemt het college de ondersteuning en voorzieningen af op het vergroten van de zelfredzaamheid van de belanghebbende via de kortste weg naar duurzame arbeidsinschakeling dan wel een zo hoog mogelijke arbeidsproductiviteit. 4. Het college legt het individuele aanbod van een voorziening aan een persoon vast in een plan van aanpak en/of een beschikking. 5. Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning voor zover er een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 6. Een persoon die behoort tot de doelgroep re-integratie maar geen bijstandsuitkering ontvangt, heeft geen aanspraak op ondersteuning krachtens deze verordening indien: a. het gezinsinkomen hoger is dan 110% van het wettelijk minimumloon en/of het vermogen hoger is dan het maximaal vrij te laten vermogen conform de P-wet; b. deze persoon betaalde arbeid verricht gedurende meer dan 12 uur per week; c. niet redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze persoon bereid dan wel in staat is om tenminste 12 uur per week algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten. 7. Voor personen zoals bedoeld in lid 6 van dit artikel, van wie het college heeft vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, kunnen wel in aanmerking komen voor de voorzieningen zoals bedoeld in artikelen 4 lid 1 sub a, b, c en d en 8 van deze verordening, tegen dezelfde criteria. 8. Het college kan in de beleidsregels voorzieningen aanwijzen, waarvoor de bepalingen zoals opgenomen in lid 6 niet van toepassing zijn. 9. Het college kan besluiten enige tijd geen voorziening aan te bieden als een eerdere voorziening voortijdig is beëindigd vanwege een reden, zoals opgenomen in artikel 5 sub a en e.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel