1. De aanspraak op ondersteuning gericht op re-integratie wordt niet
eerder dan vier weken na de (uitkerings)aanvraag inhoudelijk
beoordeeld, tenzij dit naar de mening van het college in de
individuele situatie niet geoorloofd is. 2. Voorzieningen kunnen
worden verstrekt aan een belanghebbende dan wel aan de werkgever van
de belanghebbende. 3. Op basis van een screening en eventueel een
(verdiepende) diagnose stemt het college de ondersteuning en
voorzieningen af op het vergroten van de zelfredzaamheid van de
belanghebbende via de kortste weg naar duurzame arbeidsinschakeling
dan wel een zo hoog mogelijke arbeidsproductiviteit. 4. Het college
legt het individuele aanbod van een voorziening aan een persoon vast
in een plan van aanpak en/of een beschikking. 5. Er bestaat geen
aanspraak op ondersteuning voor zover er een beroep kan worden
gedaan op een voorliggende voorziening die voldoende bijdraagt aan
de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 6. Een
persoon die behoort tot de doelgroep re-integratie maar geen
bijstandsuitkering ontvangt, heeft geen aanspraak op ondersteuning
krachtens deze verordening indien: a. het gezinsinkomen hoger is dan
110% van het wettelijk minimumloon en/of het vermogen hoger is dan
het maximaal vrij te laten vermogen conform de P-wet; b. deze
persoon betaalde arbeid verricht gedurende meer dan 12 uur per week;
c. niet redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze persoon bereid
dan wel in staat is om tenminste 12 uur per week algemeen
geaccepteerde arbeid te verrichten. 7. Voor personen zoals bedoeld
in lid 6 van dit artikel, van wie het college heeft vastgesteld dat
zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van
het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
arbeidsparticipatie hebben, kunnen wel in aanmerking komen voor de
voorzieningen zoals bedoeld in artikelen 4 lid 1 sub a, b, c en d en
8 van deze verordening, tegen dezelfde criteria. 8. Het college kan
in de beleidsregels voorzieningen aanwijzen, waarvoor de bepalingen
zoals opgenomen in lid 6 niet van toepassing zijn. 9. Het college
kan besluiten enige tijd geen voorziening aan te bieden als een
eerdere voorziening voortijdig is beëindigd vanwege een reden, zoals
opgenomen in artikel 5 sub a en e.