Het college stelt regels met betrekking tot herziening, terug- en
invordering waarbij tenminste wordt geregeld: a. op welke wijze gebruik
wordt gemaakt van de wettelijke bevoegdheid tot herziening,
terugvordering en invordering van een verstrekte voorziening; b. op
welke wijze er geheel of gedeeltelijk van terugvordering dan wel van
invordering kan worden afgezien; c. met welke frequentie heronderzoeken
plaats moeten vinden.