**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
asbest: hetgeen daaronder wordt verstaan
in artikel 1, letter a, van het Asbest-verwijderingsbesluit
2005;
Bevoegd gezag: bestuursorgaan, als
bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e,
dan wel, bij het ontbreken van een bestuursorgaan als
bedoeld in dit artikellid, burgemeester en wethouders;
bouwbesluit: de algemene maatregel van
bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet;
bouwregistratie: de voorschriften met
betrekking tot het tegengaan van sluikbouw;
bouwtoezicht: degene die ingevolge
artikel 92, tweede lid, van de Woningwet in samenhang met
artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
belast is met het bouw- en woningtoezicht;
bouwveiligheidsplan: het plan, waarin de
aanvrager om bouwvergunning aangeeft op welke wijze deze de
veiligheid van de weg, de in de weg gelegen werken, de
weggebruikers, de naburige bouwwerken, open erven en
terreinen en hun gebruikers, tijdens de bouw zal
garanderen;
bouwwerk: elke constructie van enige
omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de
plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de
grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
deskundig bedrijf als bedoeld in hoofdstuk
8: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
6, eerste lid van het Asbest-verwijderingsbesluit 2005;
gebruiksoppervlakte: de
gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit;
hoogte van de weg: de hoogte van de weg
zoals die door of namens burgemeester en wethouders is
vastgesteld;
NEN: een door de
Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven
norm;
NVN: een door de
Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven
voornorm;
Omgevingsvergunning voor het
bouwen: vergunning voor een
bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder
a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Omgevingsvergunning voor het
slopen: vergunning voor een
sloopactviteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
straatpeil:
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct
aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse
van die hoofdtoegang;
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet
direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein
ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van
de bouw;
vloerpeil: het peil van de afgewerkte
begane grondvloer van een bouwwerk - ten opzichte van het
straatpeil - dat door of namens burgemeester en wethouders
wordt aangegeven;
weg: alle voor het openbaar rij- of ander
verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de
daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden
behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen
liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
**2..** In
deze verordening wordt mede verstaan
onder:
bouwwerk: een gedeelte van een
bouwwerk;
gebouw: een gedeelte van een gebouw.