**1..** In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding
van
de voorgevelrooilijn kan het bevoegd
gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen
voor:
ondergrondse
bouwwerken zoals kelders, kelderkoekoeken en
kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger
gelegen is dan het
straatpeil;
bouwwerken,
geen gebouw zijnde, anders dan bedoeld in artikel
2,
onderdeel 9, 16 en 18 van
bijlage II bij het
Besluit
omgevingsrecht,
die naar hun aard en bestemming op een voor de
voorgevelrooilijn gelegen erf toelaatbaar
zijn;’
laadperrons,
stoepen en stoeptreden, die de grens van de weg
overschrijden;
erkers,
serres en andere uitbouwen, alsmede balkons en
galerijen, die de voorgevelrooilijn met niet meer dan
1,50 m overschrijden;
trappenhuizen,
buitentrappen en liftschachten, hijsinrichtingen en
stortbuizen, alsmede andere luifels, dakoverstekken,
uitspringende schoorsteenwanden, reclametoestellen en
draagconstructies voor reclames dan bedoeld zijn in
artikel 2.5.7;
overbouwingen
ten dienste van de verbinding tussen twee
bouwwerken.
bouwwerken
aan of bij een monument - als bedoeld in de
Monumentenwet 1988 dan wel in de provinciale of
gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks
niet bezwaarlijk is met het oog op de in
historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting bij
het karakter van de bestaande
omgeving.
**2..** Voor
het bouwen boven een weg kan alleen
afwijking
worden
toegestaan,
indien niet lager gebouwd wordt
dan:
4,20 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van
een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die
rijweg;
2,20 m boven de hoogte van een ander deel van de
weg;
en dan nog voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg
niet in gevaar komt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.8
Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Hardenberg