Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Artikel 1.

Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Krimpenerwaard 2015

In dit statuut wordt verstaan onder: Autorisatie Een zelfstandige, inhoudelijke afweging waarbij de overwegingen hiervan schriftelijk zijn vastgelegd. Belegging Het uitzetten van eigen vermogen en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde, zoals aandelen, leningen en obligaties. Belangrijke derivaten zijn: opties, futures en swaps. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Drempelbedrag Het bedrag van de overtollige middelen dat buiten de schatkist gehouden mag worden. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75 % van de jaarlijkse begrotingsomvang met een maximum van € 500 miljoen. Financiële instelling Een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden. Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Financieringsplanning Een langjarige prognose van in- en uitgaande geldstromen, voortvloeiende uit de gemeentelijke investeringen, verstrekken van leningen aan derden en de financiering daarvan en de belegging van overtollige middelen. Garantie Een borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verbindt een of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet. Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Intradaglimiet Het maximale bedrag dat de gemeente per dag van de werkrekening schatkistbankieren ten laste van de rekening-courant bij de schatkist kan opnemen. Kasbeheer Het beheer van de geldstromen en de daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar. Kasgeldlening Opname of uitzetting van geldmiddelen voor korte termijn (van 1 week tot 12 maanden). Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid. Liquiditeitspositie Het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldgeldleningen. Medium Term Note Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel van een obligatielening, uitgegeven door een overheid. Onderhandse geldleningen Leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij wordt vastgesteld. Publieke taak Gemeenten kunnen uitsluitend leningen aangaan, middelen uitzetten en garanties verlenen voor de uitoefening van de publieke taak. De Wet fido geeft aan het begrip publieke taak een beperkte invulling. Bankactiviteiten, zoals het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen, worden hiertoe niet gerekend en zijn verboden. Overigens is het de raad van de gemeente die het kader van de publieke taak, binnen de normen van de Wet fido, bepaalt. Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier. Relatiebeheer Het onderhouden van relaties met partijen die actief zijn op de financiële markten, waaronder banken en geldmakelaars. Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Renterisiconorm De norm waarmee de vaste schuld – verminderd met verstrekte leningen – jaarlijks maximaal een renteherziening mag ondergaan. Voor gemeenten bedraagt de renterisiconorm 20% van het begrotingstotaal. Bedoeling van de renterisiconorm is het vermijden van renteschokken. Gemeenten die – per saldo – een schuld lager dan € 2,5 miljoen hebben, zijn vrijgesteld van deze verplichting. Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. Rentevisie Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling. Ruddo Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden . Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Schatkistbankieren Het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Solvabiliteit De mate waarin de organisatie op lange termijn aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Het betreft het eigen vermogen versus het totaal vermogen. Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit drie deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Ufdo Uitvoeringsregeling Wet financiering decentrale overheden. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Vaste schuld Schuldtitels met een looptijd van minimaal één jaar en één dag. Vlottende schuld Schuldtitels met een looptijd van maximaal één jaar. Wet fido Wet financiering decentrale overheden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel