Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
uitgangspunten:
De gemeente mag leningen of garanties uitsluitend verstrekken
uit hoofde van de “publieke taak”, waarbij vooraf advies wordt
ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid
van de betreffende partij. De gemeenteraad bepaalt de publieke
taak;
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de
treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter
hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door
het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze
uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en
limieten van dit treasurystatuut. Het is niet toegestaan
middelen aan te trekken met het enkele doel deze tegen een hoger
rendement uit te zetten;
Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden
uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s.
Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten wint de
gemeente het advies in van een extern adviseur;
Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van deelnemingen in
rechtspersonen, maatschappen en verenigingen, zoals opgenomen in
artikel 160 van de Gemeentewet, is alleen toegestaan op basis
van een besluit van de raad dat de vereiste goedkeuring heeft
van de provincie.