In dit artikel worden algemene regels gegeven die van toepassing zijn naast de artikelen 3 t/m 14.
Doelstellingen
Het beleid in dit plangebied is gericht op:
Het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en duurzaam woon-, werk- en recreatiegebied.
Het realiseren van een duurzame functionele verwevenheid van wonen, werken en recreëren.
Het voorzien in een uitbreiding van de bestaande zandwinlocatie.
Het realiseren van een ecologische verbindingszone langs de Steenwijker Aa.
Ruimtelijk
De invulling van het plangebied dient aan te sluiten bij het Stedenbouwkundig plan voor dit gebied en de daarin beschreven deelgebieden en daarvoor vastgelegde beeldkwaliteit.
Tussen de achterzijde van de bebouwing aan de Eesveenseweg en het te realiseren bedrijventerrein dient binnen de op de plankaart aangegeven bestemming Groenvoorzieningen afschermende beplanting te worden aangelegd.
Langs de Steenwijker Aa dient een ecologische verbindingszone te worden gerealiseerd, waarbinnen uitsluitend extensieve vormen van recreatie mogelijk zijn.
Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitplan maakt deel uit van de welstandsnota en bevat de kwalitatieve aspecten van het plangebied. Bij de realisering van het plan is het beeldkwaliteitplan richtinggevend.
Functioneel
Het bevoegd gezag kan in iedere woning en het daarbij behorende bijgebouw door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijking van de beheersverordening de uitoefening van aan huis gebonden beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten toestaan, met dien verstande dat:
dit geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; dit betekent onder meer dat:
in principe geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die onder de werking van de Wet Milieubeheer (Stb. 1992, 551) dan wel onder de werking van een AMvB o.g.v. de Wet milieubeheer valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden wel verantwoord is;
de woonfunctie op het desbetreffende perceel in overwegende mate gehandhaafd dient te blijven;
het gebruik naar aard in overeenstemming moet zijn met het woonkarakter van de omgeving;
het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, d.w.z. dat degene die de bedrijfsmatige activiteiten uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is;
het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
de activiteiten moeten een kleinschalig karakter hebben. Dit betekent dat de praktijk-/bedrijfsruimte waarin de aan-huis-gebonden beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit plaatsvindt maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning mag bedragen, tot een maximum van 75 m2.
Zonering Bedrijven
Bedrijfsactiviteiten, die behoren tot inrichtingen, zoals opgenomen in artikel 2.4. van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer zijn niet toegestaan;
Voor de in deze regels bedoelde Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt verwezen naar de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten;
Bedrijven in categorie 3A van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van tenminste 50 meter ten opzichte van woningen, terwijl bedrijven in categorie 3B van de Staat van Bedrijfsactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan op een afstand van tenminste 100 meter ten opzichte van woningen; één en ander zoals ook op de plankaart is aangegeven;
Kantoren in de zakelijke en financiële dienstverlening zijn toegestaan in het bestemmingsgedeelte van de bestemming Bedrijfsdoeleinden dat is gelegen tussen de bestemming Groenvoorzieningen langs de A32 en de meest zuidelijke ontsluitingsweg met de bestemming Verkeers- en verblijfsdoeleinden;
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bepaalde onder 2.3. en 2.4. voor het toestaan van bedrijven in een naast hogere categorie, dan wel voor bedrijven, die niet genoemd worden in de van deze regels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten maar naar hun aard gelijk te stellen zijn met de inrichtingen als bedoeld in deze categorieën.
Verkeer en parkeren
Voor zover op de plankaart een dwarsprofiel is aangegeven mag de inrichting van de wegen niet afwijken van de op de plankaart aangegeven dwarsprofielen; plaatselijke overschrijdingen t.b.v. kruispunten, parkeerplaatsen, bushalten en in- en uitvoegstroken zijn toegestaan;
Binnen de bestemming Verkeers- en verblijfsdoeleinden dienen, waar mogelijk, groenvoorzieningen te worden gerealiseerd;
Voor het parkeren wordt uitgegaan van de volgende normering:
bij de bestemming Woondoeleinden 1, Woondoeleinden 2 en Gemengde doeleinden parkeren op eigen terrein, waarbij als norm wordt gehanteerd: tenminste 2 parkeerplaatsen per woning;
bij de bestemmingen Bedrijfsdoeleinden, Recreatieve doeleinden en Horecadoeleinden parkeren geheel op eigen terrein, zowel voor werknemers als voor bezoekers;
Belemmering
Binnen de op de plankaart aangegeven hindercirkel mogen geen woningen worden gebouwd.
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 1, indien de agrarische bedrijfsvoering is beëindigd.
Geluidszone zandwinning
Tussen de gronden met de bestemming “Zandwinning” en de door akoestisch onderzoek bepaalde, op de plankaart aangegeven, zogenaamde 50 dB(A)-contour mogen, in afwijking van het bepaalde elders in deze regels, geen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd.
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 1, indien de geluidbelasting ter plaatse door beëindiging of verplaatsing van de zandwinactiviteiten niet meer bedraagt dan 50 dB(A).
Geluidszone wegverkeer
Tussen een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde weg en de door akoestisch onderzoek bepaalde, op de plankaart aangegeven, zogenaamde 50 dB(A)-contour (na aftrek als bedoeld in artikel 103 van de Wet geluidhinder) mogen, in afwijking van het bepaalde elders in deze regels, geen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd.
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 1:
indien door akoestisch onderzoek is aangetoond dat de desbetreffende woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen aan de geluidsbelaste zijde(n) zijn voorzien van gevels zonder te openen delen en met een geluidswering die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting op die gevel en 35 dB(A);
indien door akoestisch onderzoek is aangetoond dat met toepassing van geluidsbeperkende maatregelen kan worden voldaan aan de wettelijke voorkeurswaarde van 50 dB(A).