Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 5.

Artikel 2:10

Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014

1.. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het gebruik schade toebrengt of kan brengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. 3.. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 4.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24 standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de Provinciale wegenverordening. 7.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig) beslissen niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel