Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.6

Parkeervoorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalwijk 2007

In aanvulling op de bij artikel 5.3 genoemde voorziening kan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt in de kosten van: aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats aan de openbare weg; de gehandicaptenparkeerkaart; de noodzakelijke medische keuring. Artikel 5.7 Bepalingen van overgangsrecht De gehandicapte aan wie in het verleden een forfaitaire vergoeding is verstrekt voor gebruik eigen auto of bruikleenauto, behoudt deze vergoeding zolang hij/zij in het bezit is of gebruik maakt van de auto waarvoor de tegemoetkoming is verstrekt, mits de inkomensgrens van 1,5 maal in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Waalwijk voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen niet overschreden wordt De gehandicapte aan wie vóór 1 januari 2000 een forfaitaire vergoeding is toegekend voor het gebruik van eigen auto en blijkens een medische indicatie is aangewezen op het gebruik van een eigen auto komt in aanmerking voor een vergoeding zoals bepaald in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Waalwijk. Hoofdstuk 6. Verplaatsen in en rond de woning. Artikel 6.1 Vormen van rolstoelvoorzieningen. De door het college ter compensatie van beperkingen bij het verplaatsen in en om de woning dan wel voor sportbeoefening te verstrekken voorziening kan bestaan uit: een collectieve voorziening waaronder een collectieve rolstoelvoorziening; een rolstoelvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget te besteden aan een rolstoelvoorziening; een financiële tegemoetkoming te besteden aan een sportrolstoel. Artikel 6.2 Collectieve rolstoelvoorziening bij incidenteel rolstoelgebruik, individuele rolstoelvoorziening en sportrolstoel. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 6.1, onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek incidenteel zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 6.1, onder b. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden. Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 6.1, onder c vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk maken. Artikel 6.3 Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners. In uitzondering op het gestelde in artikel 6.2, lid 2 komt een persoon die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op grond van de AWBZ. Hoofdstuk 7, het verkrijgen van voorzieningen en het motiveren van besluiten Artikel 7.1. Gebruik aanvraagformulier. Een aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het college ter beschikking gesteld formulier. Artikel 7.2 Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De aanvraag dient te worden ingediend bij het Loket Waalwijk Wijzer, bij welk loket zowel aanvragen voor voorzieningen inzake de wet alsook aanvragen zorg inzake de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten kunnen worden ingediend. Artikel 7.3 Inlichtingen, onderzoek, advies. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op een voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend: op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem nadere informatie te laten overleggen; op een door het college te betalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of onderzoeken. Het college vraagt aan door hen daartoe aangewezen adviesinstantie om advies indien: het gaat om een aanvraag van een persoon die nog niet eerder een aanvraag in het kader van deze verordening heeft ingediend en het een voorziening betreft waarvan de kosten naar verwachting het bedrag als genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalwijk te boven zal gaan; de gevraagde voorziening om medische redenen wordt afgewezen; het college dat overigens gewenst vindt. Een aanvrager is verplicht aan het college of de door het college aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments, de zogenaamde ICF classificatie. Indien het in artikel 7.3 lid 2 genoemde onderzoek niet kan plaatsvinden vanwege het niet verschijnen van de aanvrager door nalatigheid van de aanvrager, kan het college de door de adviseur in rekening gebrachte kosten verhalen op de aanvrager. Artikel 7.4 Samenhangende afstemming. Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalwijk regels vast omtrent de wijze waarop de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend wordt afgestemd op de situatie van de aanvrager. Artikel 7.5 Voorwaarden Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde voorziening. Artikel 7.6 Wijzigingen in de situatie. Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel 7.7 Opschorting Indien de belanghebbende de voor het behoud van een verleende voorziening van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of niet volledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleend aan het onderzoek schort het college het recht op de voorziening op vanaf de dag van het verzuim. Het college doet mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigt hem uit binnen een door hen te stellen termijn het verzuim te herstellen. Als de belanghebbende het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, beëindigt het college na het verstrijken van deze termijn de voorziening met ingang van de eerste dag waarover het recht op de voorziening is opgeschort. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van de herziening af te zien. Artikel 7.8 Intrekking van een voorziening Het college kan een beschikking, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. In afwijking van het tweede lid onder a kan een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten worden ingetrokken, indien blijkt dat de belanghebbende 1 jaar na de toekenning niet daadwerkelijk is verhuisd. In de in de leden 1 en 2 onder a bedoelde gevallen dient de verstrekte voorziening te worden gerestitueerd binnen 6 weken nadat de intrekkingsbesluit aan betrokkene is meegedeeld. Artikel 7.9 Terugvordering Ingeval een voorziening is ingetrokken kan een basis daarvan reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens. Hoofdstuk 8 Slotbepalingen. Artikel 8.1 Hardheidsclausule. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Wanneer de aanvrager het niet eens is met de door het zorgloket aangewezen voorziening wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om een second opinion bij een niet bij de aanvrage betrokken deskundige aan te vragen, voordat er een definitief besluit door het zorgloket wordt genomen. Voor de aanvraag van een second opinion wordt een nader te bepalen drempelbedrag in rekening bij de aanvrager gebracht. Wanneer de aanvraag alsnog conform de vraag van de klant wordt toegekend, wordt dit bedrag terugbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel