Naar hoofdinhoud
1.. De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gebracht. De geheimhouding geldt eveneens voor de adviseurs. De geheimhouding blijft ook bij tussentijds aftreden van leden en adviseurs van de commissie van kracht. 2.. Noch aan de raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen wordt inzage of informatie verstrekt omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken of het behandelde ter vergadering van de commissie. 3.. Noch de commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding als bedoeld in dit artikel opheffen. 4.. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht. 5.. Indien de commissie vaststelt dat een van de leden of adviseurs de geheimhouding schendt, dan wordt de betreffende persoon uit zijn of haar functie ontheven. Dit besluit wordt niet genomen dan nadat de betreffende persoon door de voltallige commissie is gehoord. Het besluit dient, bij afwezigheid van de betreffende persoon, in een overigens voltallige commissie, in unanimiteit te worden genomen. 6.. Schending van de geheimhoudingsplicht is strafbaar op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel