De subsidie wordt verleend onder de verplichtingen, dat in ieder geval:
de instandhoudingswerkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig de door het college goedgekeurde documenten zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 en eventueel nader door het college te stellen verplichtingen;
de aanvang van de instandhoudingswerkzaamheden tenminste twee weken van tevoren wordt gemeld bij het college;
binnen zes maanden na het besluit tot het verlenen van de subsidie met de instandhoudingswerkzaamheden worden begonnen;
de instandhoudingswerkzaamheden zijn voltooid binnen één jaar na bekendmaking van het besluit tot het verlenen van de subsidie of vóór een door het college in de beschikking op te nemen datum;
de eigenaar het vervreemden van het monument meldt aan het college, indien die vervreemding plaatsvindt in de periode tussen de verlening en vaststelling van de subsidie.
de eigenaar na voltooiing van de instandhoudingswerkzaamheden het monument zal bewaren en onderhouden in de staat waarin het door de instandhoudingswerkzaamheden is gebracht;
de eigenaar driejaarlijks een bouwkundig inspectierapport overlegt, onder de verplichting om de eventueel in het rapport geconstateerde bouwtechnische gebreken te herstellen. Het college kan zonodig een termijn stellen waarbinnen deze gebreken dienen te zijn hersteld;
de eigenaar het monument voldoende verzekert en verzekerd houdt tegen water-, brand-, storm- en bliksemschade;
bij de vaststelling van de subsidie de werkelijk gemaakte en betaalde kosten van de instandhoudingswerkzaamheden in aanmerking worden genomen.
Artikel 8
Verplichtingen.
Onderdeel van Subsidieverordening instandhouding van gemeentelijke monumenten