**1..** De commissie bestaat uit drie kamers, te weten een kamer Algemene zaken, een kamer Sociaal domein en een kamer Personeelsaangelegenheden en welke belast zijn met de voorbereiding van beslissingen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid van de wet.
**2..** Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden:.
een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 van de wet, zijnde de voorzitter of één van de leden van de commissie, uit haar midden aangewezen;
en minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden;
**3..** De kamer Sociaal domein is belast met bezwaarschriften op het gebied van sociaal maatschappelijke aangelegenheden zoals de Participatiewet, de Wet maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Verordening leerlingenvervoer.
**4..** De kamer Personeelsaangelegenheden is belast met bezwaarschriften ingediend door ambtenaren op het gebied van rechtspositie zoals bezoldiging, functiewaardering en functiebeoordeling.
**5..** De kamer Algemene zaken is belast met bezwaarschriften over de overige onderwerpen.
**6..** In geval van twijfel beslissen de commissievoorzitters in onderling overleg over de toedeling aan een kamer.
** 7. .** Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 1.
Artikel 3.