** 1. .** Bij een bezwaarschrift in het kader van de Jeugdwet stelt de voorzitter de minderjarige belanghebbende van twaalf jaar en ouder in de gelegenheid zijn mening mondeling of schriftelijk kenbaar te maken. De voorzitter kan besluiten een minderjarige jonger dan twaalf jaar te doen horen.
** 2. .** De minderjarige wordt in beginsel voorafgaand aan de hoorzitting afzonderlijk gehoord door een commissielid in aanwezigheid van het verwerend orgaan. Van dit horen wordt geen verslag gemaakt. Het commissielid kan zich laten bijstaan door een deskundige.
** 3. .** Tijdens de hoorzitting geeft het commissielid kort en zakelijk weer wat de minderjarige mondeling dan wel schriftelijk heeft verklaard.
** 4. .** In afwijking van lid 2 en 3 kan de voorzitter beslissen om een minderjarige uit te nodigen voor een hoorzitting van de commissie. De voorzitter zendt hiertoe een op de minderjarige aangepaste uitnodiging.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.
Artikel 10a