Naar hoofdinhoud

Artikel 2.3.1.2

Exploitatie horecabedrijf

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven

1.. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien: de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag (VOG) met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven; de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt; de leidinggevende(n) onder curatele staat of is ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij; redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke situatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 3.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de burgemeesterin geval van een horecabedrijf, zoals genoemd in het zesde, achtste en tiende lid,die ook betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg voor het terras. De ingebruikneming door een horecabedrijf, zoals genoemd in het achtste lid, dient schriftelijk te worden gemeld bij de burgemeester. 4.. Het bepaalde in het derde lid geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010. 5.. De burgemeester kan een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf waarin geen alcoholhoudende dranken worden verkocht weigeren, indien de leidinggevende van het horecabedrijf een afwijzende beschikking inzake verklaring omtrent het gedrag (VOG) overlegt en/of in enigerlei mate van slecht levensgedrag is. 6.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf, dat een vergunning heeft als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet. 7.. De burgemeester kan ten aanzien van het bepaalde in het zesde lid nadere regels stellen. 8.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit en waarbij het horecabedrijf maximaal twintig vierkante meter mag bedragen en niet meer dan twintig procent van het vloeroppervlak van het voor publiek toegankelijke winkelgedeelte. 9.. Voor het horecabedrijf als bedoeld in het achtste lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel. 10.. Voorts geldt het eerste lid niet voor een horecabedrijf in een bioscoop, theater, museum, gildehuis, sportvereniging, sportschool, dansschool (behalve als er eveneens openbare dansavonden georganiseerd worden), biljart/snookercentrum, bowlingcentrum, vrijetijdsaccommodaties met uitzondering van verenigingsgebouwen, studieverenigingen binnen het TUE-terrein, verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel