Naar hoofdinhoud

Artikel 5.4.2

Beperking verkeer in natuurgebieden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven

Het college kan voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan het verklaart, dat het rijden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994 of met een fiets of een paard aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden. Het is verboden op krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen: zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in het vorige lid of met een fiets of een paard te bevinden; dan wel zich met een motorvoertuig, met een bromfiets of met een fiets of een paard te bevinden op een in die aanwijzing aangeduid tijdstip. Het tweede lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen, fietsers of berijders van paarden: ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door het college aangewezen plaatsen; die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door het college aangewezen plaatsen; voor bezoek van en voor de verzorging van de onder d. bedoelde personen. Het tweede lid geldt voorts niet: op wegen; binnen de bij of krachtens de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 aangewezen stiltegebieden. Het college kan ontheffing verlenen van het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel