Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever

Onderdeel van Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening 2008

1.. Het college stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de subsidie aan de werkgever vast. 2.. Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan 60% van het bruto loon van de Wsw-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door het college op dat bedrag vastgesteld. Het bedrag aan subsidie wordt berekend over het bruto maandloon. De werkgeverslasten worden vergoed tot maximaal 35% van deze lasten, inclusief de vakantietoeslag. De subsidie wordt verstrekt voor een arbeidsduur van maximaal 40 uur per week. 3.. Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking van het vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een externe deskundige worden ingeschakeld. 4.. In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de voorgestelde hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan het percentage genoemd in lid 2. 5.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze verordening vindt één maal per 24 maandeneen loonwaardebepaling plaats in geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. 6.. De periodieke subsidie aan de werkgever kan niet meer bedragen dan de voor de Wsw-geïndiceerde beschikbare rijkssubsidie minus de som van de vastgestelde uitvoeringskosten, de vastgestelde vergoeding voor de begeleidingsorganisatie (incl. BTW) en te verstrekken vergoedingen op grond van artikel 7 van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel