Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

De aanvraag voor garantieverstrekking

Onderdeel van Verordening gemeentegaranties Geldleningen 2015

Een aanvraag voor de verstrekking van een garantie wordt schriftelijk bij het college ingediend, tenminste drie maanden voor het tijdstip waarop een geldlening wordt opgenomen. De aanvraag bevat, naast de in de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven gegevens, voor zover de aanvrager daarover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen: een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de activiteiten van de aanvrager waarop de garantie betrekking heeft; een afschrift van de statuten van de aanvrager; een opgave van de bestuurssamenstelling; een afschrift van de voorwaarden van de te sluiten geldlening en het ontwerp van de overeenkomst van geldlening; een afschrift van de jaarrekening (balans, winst- en verliesrekening, toelichting) van het aan de aanvraag voorafgaande jaar en indien nog niet beschikbaar van het jaar daarvoor; een afschrift van de lopende (gewijzigde) begroting en een sluitende meerjarenbegroting voor de aankomende drie jaar na de aanvraag, waarin de kapitaallasten van de investering en een voorziening voor groot-onderhoud zijn opgenomen; een omschrijving van de investering en specificatie van de bouwkosten en de financiering van deze kosten; een cashflow-overzicht waaruit blijkt dat de geldnemer in staat is zijn aflossing- en renteverplichtingen te kunnen voldoen; tenminste één offerte van een geldverstrekker; een taxatierapport na renovatie. Indien de aanvrager er niet in slaagt tijdig een offerte van een geldverstrekker te overleggen, kan in plaats van een offerte voorlopig volstaan worden met een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat deze bereid is een lening met een gemeentegarantie aan de aanvrager te verstrekken. Het college is bevoegd andere gegevens te vragen die hij noodzakelijk acht om op de aanvraag te kunnen besluiten. Voor aanvragen van woningbouwcorporaties geldt aanvullend een overzicht van de ratio’s. Voor aanvragen van woningbouwcorporaties geldt niet lid 2 sub d en j.

Rechtspraak bij dit artikel