Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Geheimhouding

Onderdeel van Verordening vertrouwenscommissie gemeente IJsselstein 2015

De leden hebben geheimhoudingsplicht omtrent al hetgeen aan hen uit dien hoofde is verstrekt en ter kennis is gebracht. De (fungerend) voorzitter van de commissie wijst bij de benoemingsprocedure in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht, die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet. De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden die geen zitting (meer) hebben in de commissie, en aan anderen, behoudens het bepaalde met betrekking tot bespreking van het verslag in de raadsvergadering, geen inzage in, of informatie omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek wordt verstrekt. De commissie treft, met inachtneming van de artikelen 8, tweede lid, 11 en 12 van deze verordening, een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken. De commissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding niet opheffen. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de (plaatsvervangend) secretaris en de adviseur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel