Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 7

Artikel 35

Inwerkingtreding

Onderdeel van Afvalstoffenverordening gemeente Almelo 2004

1.. Deze verordening treedt in werking zes weken na bekendmaking. 2.. De afvalstoffenverordening voor de gemeente Almelo 1995 vastgesteld bij raadbesluit van 2 november 1995, laatst gewijzigd bij raadsbesluit van 13 december 2001, wordt ingetrokken. Artikel 36 Overgangsbepaling Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid, blijven - indien en voorzover het gebod of het verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid, blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - – van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en voorschriften en beperkingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen, voorschriften en beperkingen in de zin van deze verordening te zijn. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 35, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid. In afwijking van het eerste lid, blijft een vergunning of ontheffing van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. Gebod- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de verordening als bedoeld in artikel 35, tweede lid zijn niet van toepassing: a. gedurende drie maanden na het in werking treden van deze verordening; b. ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 35, tweede lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. Artikel 37 Citeerbepaling Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Almelo 2004. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Almelo op 16 september 2004 De griffier, De voorzitter, TOELICHTING AFVALSTOFFENVERORDENING 2004 Hoofdstuks- en artikelsgewijze toelichting op de afvalstoffenverordening gemeente Almelo 2004 §0 ALGEMENE TOELICHTING De Wet milieubeheer (Wm) is op 8 mei 2002 op een aantal punten gewijzigd. Als gevolg hiervan moet de gemeente Almelo de “Afvalstoffenverordening gemeente Almelo 1995” aanpassen. Eind 2003 is de nieuwe model-afvalstoffenverordening beschikbaar gekomen. De nieuwe “Afvalstoffenverordening gemeente Almelo 2004” is hierop gebaseerd. Belangrijkste wijzigingen De belangrijkste wijzigingen van de herziene model-afvalstoffenverordening zijn: Grondslag In de eerste plaats is de grondslag van de model-afvalstoffenverordening verbreed. De afvalstoffenverordening wordt namelijk op grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm vastgesteld “in het belang van de bescherming van het milieu”. Het is nu een volledige medebewindverordening geworden, geheel op de Wm gebaseerd. De gemeente heeft nog altijd de mogelijkheid om op grond van haar autonome bevoegdheid aanvullende bepalingen op te nemen. Bijvoorbeeld regels die de milieuaspecten van handelingen met afvalstoffen (dus niet alleen huishoudelijke afvalstoffen) beogen te beperken kunnen voortaan worden opgenomen bij of krachtens de afvalstoffenverordening. Bedrijfsafval Een tweede wijziging is het vervallen van de mogelijkheid om een vergunningstelsel te hanteren voor de inzamelaars van bedrijfsafvalstoffen. Deze bevoegdheid is nu uitsluitend voorbehouden aan de minister. In de gemeente Almelo werd hier echter geen gebruik van gemaakt, zodat dit geen consequenties heeft. Wel hebben gemeenten voortaan uitdrukkelijk de bevoegdheid om regels te stellen over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. Er mag echter geen sprake zijn van een vergunningstelsel en de regels mogen ook niet leiden tot bevoordeling van de eigen (verzelfstandigde) inzameldienst en benadeling van andere aanbieders. Zwerfafval In de derde plaats is er in de model-afvalstoffenverordening een aparte paragraaf zwerfafval opgenomen. De Wm biedt hiervoor uitdrukkelijk de basis. In de APV van de gemeente Almelo waren al dergelijke bepalingen opgenomen. Gedacht kan worden aan het verbod om ter inzameling gereed gezet afval te doorzoeken, het zogenaamde morgensterren verbod, of het voorschrijven van bepaalde voorzieningen, bijvoorbeeld een afvalbak bij gelegenheden die eet- en drinkwaren verkopen. Dergelijke bepalingen waren eerder opgenomen in hoofdstuk 4, afdeling 4 “Bodem-, weg- en milieuverontreiniging” van de APV van de gemeente Almelo, zij het op grond van de autonome verordende bevoegdheid. Deze bepalingen krijgen voortaan een plaats in de afvalstoffenverordening zelf en vinden hun grondslag in de Wm. Benadrukt moet worden dat hier sprake is van facultatief medebewind. De gemeenteraad kan dit regelen in de nieuwe afvalstoffenverordening, maar is dit niet verplicht. In de nieuwe afvalstoffenverordening voor de gemeente Almelo zijn deze bepalingen opgenomen. Opslag van afval In de vierde plaats zijn er een aantal extra bepalingen opgenomen onder andere over de opslag van afvalstoffen en het zich ontdoen van huishoudelijke autowrakken. Voorheen was een verbod opgenomen om autowrakken aanwezig te hebben op een voor het publiek zichtbare plaats. Op grond van de Wm kunnen voortaan in de afvalstoffenverordening regels worden gesteld omtrent de opslag van alle afvalstoffen, inclusief autowrakken. Ook hier is sprake van facultatief medebewind. In onderhavige verordening is hiervoor gekozen. Aanwijzing inzameldienst Een vijfde wijziging is de mogelijkheid van het aanwijzen van de inzameldienst bij besluit van het college. Voorheen werd de inzameldienst aangewezen bij verordening. Hiervoor is in de nieuwe verordening van de gemeente Almelo gekozen. Milieuprogramma en LAP Een zesde wijziging is de verplichting om bij het vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening rekening te houden met het milieuprogramma, indien er geen milieubeleidsplan geldt en met het landelijke afvalbeheerplan (LAP). De verplichting om rekening te houden met het LAP is nieuw. Het LAP voorziet in het beleid over de verwijdering van in principe alle afvalstromen en de gehele verwijderingketen. Doelmatig beheer Een zevende wijziging is dat de raad, in het belang van een doelmatig beheer, op grond van artikel 10.26, eerste lid, kan afwijken van artikel 10.21 Wm. Het gaat om de volgende afwijking: inzameling nabij elk perceel in plaats van bij elk perceel, inzameling met een bij de verordening aangewezen regelmaat en uitsluiting van een deel van het grondgebied van inzameling. De oude Wm sprak van de mogelijkheid tot afwijking in het belang van een doelmatige verwijdering. In artikel 1.1 Wm (oud) werden de elementen van deze doelmatigheidstoets gedefinieerd. Het betrof de effectiviteit en de efficiëntie van de verwijdering, de effectiviteit van het toezicht, de capaciteit en de continuïteit van de verwijdering, de spreiding van de verwijderinginrichtingen en de nazorg voor gesloten stortplaatsen. In het huidige artikel 1.1 Wm wordt doelmatig beheer van afvalstoffen als volgt gedefinieerd: “Zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid.” De doelmatigheidstoets voor gemeenten genoemd in artikel 10.26, eerste lid, Wm richt zich concreet op toetsing aan het LAP, op een efficiënt en effectief beheer van afvalstoffen, een effectief toezicht op het beheer van afvalstoffen en op de vastgestelde voorkeursvolgorde van afvalstoffen. Indien afwijkingen in de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen worden voorgenomen stelt het college en niet de gemeenteraad de inspecteur op de hoogte van dit voornemen. Uitgangspunten verordening 2004 Voor de Afvalstoffenverordening gemeente Almelo 2004 is als uitgangspunt gekozen om zoveel mogelijk de huidige situatie weer te geven en zo weinig mogelijk wijzigingen door te voeren. Het is een basale verordening geworden waarin zoveel mogelijk gedetailleerde regels die aan veranderingen onderhevig zijn worden geregeld via uitvoeringsbesluiten van het college. Op deze wijze wordt voorkomen dat de verordening regelmatig dient te worden aangepast. §1 ALGEMENE BEPALINGEN Toelichting artikel 1 Begripsomschrijvingen Definities uit de Wet milieubeheer(Wm) In dit artikel zijn alleen die begripsomschrijvingen opgenomen die specifiek zijn voor deze verordening. Relevante begrippen die reeds in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen Wm) zijn omschreven, worden, voor zover bij de omschrijving in de wet wordt aangesloten, niet in dit artikel herhaald. Daarbij gaat het om de volgende begrippen. 1.afvalstoffen: alle stoffen, preparaten of andere producten die behoren tot de categorieën die zijn genoemd in bijlage I bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. 2.doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalbeheerplan, dan wel de voor de vaststelling van het plan geldende bepalingen, dan wel de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.4, en de criteria, genoemd in artikel 10.5, eerste lid. 3.huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen. 4.bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen. 5.gevaarlijke afvalstoffen: bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen afvalstoffen, met inachtneming van ter zake voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. 6.afvalbeheerplan: het afvalbeheerplan, bedoeld in 10.3. (nb. LAP 2002-2012) 7.afvalstoffenverordening: de verordening, bedoeld in 10.23. 8.beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen. 9.nuttige toepassing: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II B bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen. 10.verwijdering: de handelingen die zijn genoemd in bijlage II A bij richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen. 1.b. Inzamelen 1.Het begrip ‘inzamelen’ is gedefinieerd om uitdrukkelijk vast te leggen dat er sprake is van een brede omschrijving. Hiervoor is gekozen om recht te doen aan het feit dat een gemeentelijke inzamelstructuur steeds meer bestaat uit zowel haal- als brengvoorzieningen op verschillende niveaus. Om te kunnen beoordelen of het verlenen van een inzamelvergunning in strijd is met de gemeentelijke inzamelstructuur, moet dan ook naar dat geheel van haal- en brengvoorzieningen worden gekeken. Ook voor het innemen van huishoudelijke afvalstoffen in een winkel, of een brengvoorziening voor textielafval, is een inzamelvergunning nodig (tenzij sprake is van een aanwijzing op grond van artikel 7, tweede lid - zie de toelichting bij artikel 7). 1.Bovendien maakt een bredere omschrijving van het begrip inzamelen de veelheid van termen uit de vorige modelbepalingen (‘aan te bieden of over te dragen’, ‘achterlaten’, etc.) overbodig. Wel is een ondergrens aangebracht: voordat sprake kan zijn van inzamelen, dienen de afvalstoffen ter inzameling te worden aangeboden. Voor de omschrijving van het begrip ‘ter inzameling aanbieden’ geldt dezelfde brede invulling met betrekking tot haal- en brengvoorzieningen, nu van de kant van degene die zich van afval wenst te ontdoen. 1.j. Straatafval, zwerfafval en illegale dumping 1.Straatafval wordt gedefinieerd als “huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken, kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan buiten een perceel”. 1.De Wet milieubeheer voorziet niet in een definitie van het begrip zwerfafval. Dit heeft te maken met het feit dat het begrip in de praktijk weinig problemen oplevert, terwijl een juridisch sluitende definitie moeilijk te geven is. In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) en het Convenant verpakkingen III, deelconvenant zwerfafval is wel een definitie opgenomen: 1.“Zwerfafval is afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Dit afval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van consumpties (blikjes, flesjes, wikkels, patatbakjes), sigarettenpeuken, kauwgomresten en allerhande gebruiksgoederen als kranten, folders en tissues”. 1.Het verschil tussen straatafval en zwerfafval is dat straatafval, dat niet in een prullenmand wordt achtergelaten, maar in de openbare ruimte terecht komt, zwerfafval wordt (zie ook artikel 26 van deze verordening). 1.Onder zwerfafval wordt ook niet verstaan illegale dumping van afval. In tegenstelling tot bij zwerfafval, gaat het bij illegale dumping niet om een of enkele restanten van consumptie, maar om grotere hoeveelheden afval (bijvoorbeeld met een volume van tenminste en plastic tas). Bovendien gaat het niet om afval dat uit nalatigheid of gemakzucht wordt achtergelaten of weggegooid. De ontdoener kiest er namelijk zeer bewust voor om het afval niet via de daarvoor geëigende manier af te voeren, maar om het onbeheerd achter te laten in de openbare ruimte. Het kan zowel huishoudelijk als bedrijfsafval zijn Veel voorkomend illegaal gedumpt afval is huisvuil, tuinafval, fietswrakken, accu’s, meubilair en autobanden. Ook het bijplaatsen van afval bij inzamelvoorzieningen valt onder illegale dumping. 1.i. Gebruiker van een perceel 1.De omschrijving ‘gebruiker van een perceel’ sluit aan bij de begripsomschrijving in de VNG-modelverordening reinigingsheffingen. Deze is opgenomen om te kunnen bepalen dat alleen diegenen die in de gemeente betalen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, gebruik mogen maken van de inzamelvoorzieningen (zie de toelichting bij artikel 13). 1.kj. Wegenverkeerswet 1994 1.De omschrijvingen van de begrippen ‘wegen’ en ‘motorrijtuigen’ zijn ontleend aan de Wegenverkeerswet 1994. 1.Toelichting artikel 2 Beslistermijn 1.De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.2 model-APV en APV 2004 van de gemeente Almelo: Beslistermijn. 1.Derde lid:lex silencio positivo 1.Het gaat hier om de aanwijzing van inzamelaars van diverse soorten afval. Een lex silencio positivo is hier niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang, met name de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Daarnaast is een deugdelijk en goed geordende afvoer van huis- en ander afval meer in het algemeen van groot maatschappelijk belang. Tenslotte zou een aanwijzing van rechtswege botsen met de belangen van andere inzamelaars. Paragraaf 4.1.3.3 Awb wordt niet van toepassing verklaard. 1.Toelichting artikel 3 Indiening aanvraag 1.De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.3 model-APV en APV 2004 van de gemeente Almelo: Indiening aanvraag. Toelichting artikel 4 Voorschriften en beperkingen De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.4 model-APV en APV 2004 van de gemeente Almelo: Voorschriften en beperkingen. Belang van de bescherming van het milieu De gemeenteraad stelt op grond van artikel 10.23, eerste lid, Wm in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast. De voorschriften of beperkingen die aan een vergunning of ontheffing krachtens de afvalstoffenverordening kunnen worden verbonden beogen dus het belang van het milieu te beschermen. De memorie van toelichting zegt over artikel 10.23, eerste lid, Wm nog het volgende. “De gemeenten zijn gehouden om een afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels worden vastgesteld in het belang van het milieu. Dat is ruimer dan de doelmatige verwijdering van afvalstoffen. Ook regels die beogen de milieuaspecten van handelingen met afvalstoffen te beperken, zijn daardoor mogelijk.” Toelichting artikel 5 Persoonlijke karakter van de vergunning of ontheffing De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.5 model-APV en APV 2004 van de gemeente Almelo: Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing. Toelichting artikel 6 Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 1.6 model-APV en APV 2004 van de gemeente Almelo: Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing. §2 INZAMELING VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Toelichting artikel 7 Aanwijzing inzameldienst en andere inzamelaars Eerste lid: De aanwijzing van de inzameldienst bij uitvoeringsbesluit De gemeente is op basis van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm verplicht bij of krachtens de verordening een inzameldienst aan te wijzen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Dit is een wezenlijke verandering ten opzichte van artikel 10.10 Wm (oud). Op grond van artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm wordt de inzameldienst voortaan bij uitvoeringsbesluit aangewezen in plaats van bij verordening. Tweede lid: De aanwijzing van andere inzamelaars De nieuwe, bredere grondslag van de afvalstoffenverordening ten aanzien van huishoudelijk afval is vastgelegd in artikel 10.24, tweede lid, onder b, Wm. Op basis hiervan kunnen regels worden gesteld voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Zoals de Memorie van Toelichting stelt, gaat het hierbij vooral om de inzameling van bestanddelen van het huishoudelijk afval door anderen dan de inzameldienst. Voorheen werd in de oude afvalstoffenverordening artikel 10.10 Wm (oud) zodanig geïnterpreteerd dat alleen de inzameldienst bij verordening diende te worden aangewezen en dat andere personen en instanties bij besluit van het college konden worden aangewezen. Het commentaar in de oude afvalstoffenverordening luidde hierover: “Wanneer al deze inzamelaars bij de verordening zouden moeten worden aangewezen, zou iedere keer wanneer zich een wijziging voordoet in het bestand van inzamelaars, de verordening moeten worden gewijzigd door middel van een besluit van de gemeenteraad. Het lijkt gerechtvaardigd artikel 10.24, eerste lid, onder a, Wm zo te interpreteren dat de verplichting om een inzameldienst aan te wijzen alleen geldt voor de integraal ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen. Voor de inzameling van de afzonderlijke componenten zou dan een bepaling kunnen worden opgenomen dat het college personen of instanties kan aanwijzen die hiermee belast worden.” Naar aanleiding van deze interpretatie werd het tweede lid toegevoegd, op grond waarvan andere inzamelaars bij besluit van het college konden worden aangewezen. Op grond van artikel 10.24, tweede lid, onder b, Wm is deze interpretatie voortaan wettelijk verankerd. Mogelijke inzamelaars Onderscheid kan worden gemaakt tussen de volgende inzamelaars. De inzameldienst, die op grond van het eerste lid wordt aangewezen door het college, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Andere inzamelaars, die op grond van het tweede lid worden aangewezen door het college, belast met de afzonderlijke inzameling van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Houders van een inzamelvergunning op grond van artikel 11 van deze verordening, belast met de afzonderlijke inzameling van categorieën huishoudelijke afvalstoffen. Zie hiervoor artikel 11. Verzelfstandigde reinigingsdienst Gemeenten, zoals de gemeente Almelo, die hun inzameltaken hebben overgedragen aan een verzelfstandigde reinigingsdienst dienen de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen in hun geheel over te dragen aan deze dienst. Zij dienen geen gebruik te maken van de aanwijzingsmogelijkheid op basis van het tweede lid. De gemeente Almelo heeft voor de opdracht aan Twente Milieu N.V. gebruik gemaakt van een uitzonderingsbepaling in de Europese aanbestedingsrichtlijn. Deze stelt dat indien de opdracht op basis van een “alleenrecht” wordt gegeven er geen aanbesteding hoeft plaats te vinden. Er is gekozen om het tweede lid tekstueel te laten staan in de verordening. Er kan echter vooralsnog geen gebruik van worden gemaakt. Toelichting artikel 8 Afzonderlijke inzameling Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in hoofdstuk 14 van deel 1 Beleidskader de volgende door de consument te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval. Bij het vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening dient rekening te worden gehouden met het LAP. In de opsomming in het eerste lid van dit artikel is daarom aangesloten bij het LAP. Eerste en tweede lid: Afzonderlijke inzameling Er is gekozen om een aantal categorieën afvalstoffen niet in de verordening te noemen omdat daardoor flexibeler ingespeeld kan worden op de praktijk. Het is onduidelijk of alle afvalstromen ook in de toekomst afzonderlijk ingezameld worden. Dit omdat bijvoorbeeld de producentverantwoordelijkheid verder uitgewerkt wordt of omdat de economische situatie zodanig is dat afzonderlijke inzameling financieel interessant is. Daarnaast is de inzameling van een aantal categorieën geregeld via een vergunningstelsel op basis van artikel 11. De afvalstromen waarvan de afzonderlijke inzameling wettelijk (of krachtens de wet, bijvoorbeeld de PMV) is aangewezen zijn opgenomen in de verordening. Voor de andere afvalstromen die op dit moment afzonderlijk worden ingezameld is het tweede lid van artikel 8 ten opzichte van de modelverordening toegevoegd. Eerste lid: Provinciale milieuverordening Gemeenten kunnen daarnaast op basis van de provinciale milieuverordening worden verplicht om bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk in te zamelen en daarover regels op te nemen in de verordening. In de PMV van de provincie Overijssel betreft dit de categorieën oud papier en karton, glas, textiel en wit- en bruingoed. In lid 1 genoemde categorieën komen overeen met de model-PMV. De PMV´s worden op termijn vervangen door Algemene Maatregelen van Bestuur. Eerste lid: GFT-afval Artikel 10.21 tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot de afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval). Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) gaat er in ieder geval van uit dat GFT-afval apart wordt ingezameld. Ook het ministerie van VROM houdt vast aan een verplichte GFT-inzameling. Desondanks is afwijking van deze verplichting mogelijk in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen, bijvoorbeeld om redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de milieuhygiëne. Op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm kan bij verordening worden bepaald dat in een deel van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. In dit geval is de inspraakverordening van toepassing en stelt het college de inspecteur op de hoogte van het voornemen. Zie over dit onderwerp ook de VNG-ledenbrief van 3 april 2003 (Lbr. 03/43). Eerste lid: Besluit beheer wit- en bruingoed Ten slotte verplicht het Besluit beheer wit- en bruingoed (voorheen het Besluit verwijdering wit- en bruingoed) gemeenten tot de gescheiden inzameling van wit- en bruingoed, afkomstig van huishoudens. Voor groot wit- en bruingoed geldt de inzamelplicht vanaf 1 januari 1999, voor klein wit- en bruingoed per 1 januari 2000. Het besluit heeft een bijlage waarin categorieën van producten zijn aangewezen. In de Regeling aanwijzing producten wit- en bruingoed van 16 mei 1998 worden deze categorieën omschreven en het onderscheid tussen groot en klein wit- en bruingoed aangegeven. Het Besluit beheer wit- en bruingoed wordt medio augustus 2004 vervangen door een nieuw Besluit en een Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur. De reikwijdte van de ontwerpregeling is groter dan die van het Besluit beheer wit- en bruingoed. Meer apparaten vallen onder de regelgeving en vergelijkbare apparatuur van bedrijven moet worden ingenomen. Het betreft in deze naar verwachting geen bedrijfsmatig wit- en bruingoed zoals koelvitrines, maar huishoudelijk wit- en bruingoed dat bij de detailhandel is ingenomen. Detaillisten kunnen dit wit- en bruingoed vervolgens weer bij de gemeente aanbieden. Eerste lid: Aanvulling lijst met andere categorieën De lijst genoemd in artikel 8 kan naar behoefte met andere categorieën worden uitgebreid. De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 10.21, derde lid, Wm, waarin gesteld wordt dat de raad kan besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld , kunststof, ijzer of autobanden. Eerste lid: Afstemming met artikel 14 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden In artikel 14 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. Afstemming van artikel 8 met artikel 14 is gewenst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel