Onverminderd het in deze verordening bepaalde wordt bij de vaststellingsbeschikking van budgetsubsidies het volgende in acht genomen:
indien de subsidieontvanger de in de verleningbeschikking opgenomen activiteiten realiseert tegen een lager bedrag, wordt bij de vaststelling van de subsidie uitgegaan van het verleende bedrag;
indien de subsidieontvanger de in de verleningbeschikking opgenomen activiteiten realiseert tegen een hoger bedrag dan is verleend, dient de subsidieontvanger de extra kosten uit eigen middelen te dekken;
indien de subsidieontvanger meer werkzaamheden realiseert dan in de verleningbeschikking is opgenomen, dient de subsidieontvanger de kosten van deze extra activiteiten uit eigen middelen te dekken;
indien de subsidieontvanger minder werkzaamheden realiseert dan in de verleningbeschikking is opgenomen, wordt bij de vaststelling van de subsidie uitgegaan van het niveau dat overeenkomt met het lagere prestatieniveau;
indien de subsidieontvanger, naar het oordeel van het college, naar aard en hoedanigheid andere activiteiten realiseert dan in de verleningbeschikking is opgenomen, wordt bij de subsidievaststelling gehandeld overeenkomstig het bepaalde onder d;
de subsidieontvanger kan niet-bestede subsidies, voor zover deze op grond van het eerste lid mogen worden behouden, naar eigen inzicht aanwenden voor het verrichten van activiteiten ter verwezenlijking van zijn doelstelling of reserveren.
HOOFDSTUK IV
Artikel 22
Subsidievaststelling bij budgetsubsidie
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening 2007