Om de beschikbare capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zo efficiënt mogelijk in te zetten is aansluiting gezocht bij het systeem van de “risicomatrix”. Met dit systeem, met scores voor negatieve effecten en kansen, wordt een brede ordening aangebracht waardoor prioritering makkelijk wordt. De risicoanalyse helpt door haar structuur bij het rationaliseren van keuzes.
De risicomatrix gaat uit van een formule waarmee de prioriteit wordt bepaald, te weten:
- Risico = negatief effect maal de kans dat het effect zich zal voordoen (R = NE x K)
Alle taken zijn onderverdeeld in activiteiten (bijlage 1). Per activiteit worden het negatieve effect en de kans bepaald, als volgt:
Negatieve effecten:
Er worden zes soorten negatieve effecten onderscheiden, die de overheid met gedragsvoorschriften tracht te voorkomen. Deze negatieve effecten liggen op de volgende gebieden:
- Fysieke veiligheid.
- Volksgezondheid.
- Bestuurlijk imago.
- Kwaliteit sociale leefomgeving.
- Natuur-/Cultuurhistorische waarden.
- Financiële schade/aansprakelijkheid.
Elk negatief effect kan van 1 (nauwelijks ) tot en met 5 (zeer groot) scoren.
Deze scores worden opgeteld en daarna gedeeld door zes. Dit resulteert in een gemiddelde, en dat is de totaalscore voor het negatieve effect.
Kans:
Bij de kans gaat het om de kans op niet-spontane naleving, of de kans dat de overtreding wordt gemaakt.
Er zijn vijf categorieën van (niet-)spontane naleving. Bij de beoordeling van deze categorieën gaat het om hoe de doelgroep deze inschat.
De vijf categorieën van (niet-)spontane naleving zijn de volgende:
- Kennis van regels (is de wet- en regelgeving bij de doelgroep voldoende bekend en duidelijk?).
- Kosten-baten (hoe verhouden zich de [im]materiële voor- en nadelen die uit overtreden of naleven van de regel volgen, uitgedrukt in tijd, geld en moeite?).
- Mate van acceptatie bij de doelgroep (in welke mate vindt de doelgroep het beleid en de regelgeving redelijk?).
- Gezagsgetrouwheid van de doelgroep (in welke mate is de doelgroep bereid om zich te conformeren aan het gezag van de overheid?).
- Informele controle (hoe groot is de geschatte kans op positieve/negatieve sanctionering van het gedrag van de doelgroep door niet-overheidsinstanties?).
Elke kans kan van 1 (nauwelijks) tot en met 5 (zeer groot) scoren. De scores worden opgeteld en gedeeld door vijf (gemiddelde).
De score voor negatief effect en kans worden vermenigvuldigd. De uitkomst is de score van het risico. Deze score wordt in gedeeld in de categorieën zeer laag tot zeer hoog.
Categorie Score
Zeer laag 1-4
Laag 4-5,5
Gemiddeld 5,5-7
Hoog 7-9
Zeer Hoog 9-16
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2