Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. Zij hebbend de plicht bij elk perceel huishoudelijk restafval en GFT gescheiden in te zamelen. Daarnaast zijn zij verplicht een aantal droge afvalstromen, zoals oud papier en karton, glas, textiel, klein chemisch afval, electr(on)ische apparaten en asbesthoudend afval, gescheiden in te zamelen. Kunststof verpakkingsafval is vanaf 2010 toegevoegd aan deze lijst van apart in te zamelen afvalstoffen. Voor grof huishoudelijk afval geldt een plicht tot inzameling bij elk perceel zonder minimale frequentie en de plicht om een brengvoorziening beschikbaar te stellen. Al deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer. Een belangrijk nationaal beleidskader is het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP).
2.3.1. WET MILIEUBEHEER
Hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer gaat over afvalstoffen. Met een wijziging van het hoofdstuk afvalstoffen zijn op 8 mei 2012 de taken en verantwoordelijkheden van Rijk, provincies en gemeenten voor een deel gewijzigd. Het Rijk heeft een centrale rol gekregen in het afvalbeheer. De taken van provincies en gemeenten richten zich met name op preventie, afvalscheiding, vergunningverlening en handhaving. Gemeenten hebben daarnaast een wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. In de Wet milieubeheer is de voorkeursvolgorde voor preventie en beheer van afvalstoffen vastgelegd (preventie – hergebruik – verbranden – storten).
2.3.2. LANDELIJK AFVALBEHEERPLAN
Het Nederlands afvalstoffenbeleid is vastgelegd in het Landelijk afvalbeheerplan, afgekort als LAP. In 2009 is het tweede Landelijk afvalbeheerplan in werking getreden, met een geldingsduur tot en met 2015 en doorkijk tot 2021. In het LAP wordt het algemene afvalbeleid aangegeven, met in de bijlage een uitwerking voor specifieke categorieën afvalstoffen.
Ketengericht afvalbeleid is een belangrijk begrip in het LAP. In het beleidskader van het LAP wordt gesteld dat er weliswaar goede resultaten zijn behaald, maar dat meer nodig is om problemen, zoals grondstoffenschaarste en uitputting van energiebronnen, het hoofd te bieden. De meest effectieve stappen in de richting van een duurzaam en zuinig materiaalgebruik zijn te realiseren indien deze plaats vinden vanuit het perspectief van de gehele keten, in plaats van alleen de afvalfase van een product. Bij een ketenaanpak in het afvalstoffenbeleid gaat het om een aanpak waarbij de vermindering van de milieudruk in de afvalfase wordt beïnvloed door maatregelen eerder in de keten. Eerder in de materiaalketen wordt daarbij gezocht naar aangrijpingspunten die leiden tot sturing op zowel afvalaspecten als andere milieuaspecten. Bij het ontwerp van een product wordt reeds nagedacht over de materialen en over de afvalfase van een product.
Het ‘cradle-to-cradle’ concept, waarin gestreefd wordt naar volledig hergebruik van materialen als grondstof of als energiebron, is voor het landelijk afvalbeleid op de eerste plaats een bron van inspiratie. Het ministerie van VROM is getart met een aantal pilots waarin voor bepaalde materiaal- of productketens de cradle-tocradle benadering concreet wordt gehanteerd.
Voor gemeenten vloeien uit het tweede LAP een aantal taken en doelstellingen voort:
Het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval;
Het treffen van maatregelen om afvalpreventie en afvalscheiding van huishoudelijk afval te optimaliseren;
Het zorg dragen dat regulering van afvalpreventie en afvalscheiding zich op een adequaat niveau bevindt bij de inrichtingen waarvoor gemeenten bevoegd gezag zijn;
Het ondernemen van stimulerende maatregelen om aan het regulerende spoor een adequate invulling te geven.
Als hoofddoelstelling is in het tweede LAP opgenomen dat 60% van al het huishoudelijk afval nuttig wordt toegepast.
2.3.3. PRODUCENTENVERANTWOORDELIJKHEID
In navolging van het Europese afvalbeleid is ook in Nederland voor een aantal afvalstromen invulling gegeven aan het principe van producenten-verantwoordelijkheid. Concreet betekent dit dat de producenten en importeurs verantwoordelijk worden gesteld om een logistiek op te zetten voor het afvalbeheer en hiervan ook de financiering te organiseren. In het kader van de producentenverantwoordelijkheid heeft gemeente Zandvoort een overeenkomst met Nedvang voor inzameling van glas, papier en kunststof verpakkingen en met Wecycle voor de inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.