Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregels inkomensondersteuning Participatiewet Gemeente Zoeterwoude 2015

Bijzondere bijstand is bedoeld als compensatie voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan die niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen, het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm en voorliggende voorzieningen. In artikel 35 Participatiewet is het recht op bijzondere bijstand geregeld. Vormen van bijzondere bijstand Strikt genomen zijn er twee vormen van bijzondere bijstand. De individuele bijzondere bijstand en de categoriale bijzondere bijstand. Voor verlening van categoriale bijzondere bijstand is het voldoende om vast te stellen dat de belanghebbende tot de doelgroep behoort. Bij verlening van individuele bijzondere bijstand is de individuele situatie van de belanghebbende bepalend. Er dient te worden vastgesteld dat de kosten in het individuele geval noodzakelijk zijn, dat ze voortvloeien uit individuele bijzondere omstandigheden en dat ze ook daadwerkelijk zijn/worden gemaakt. Met de invoering van de Participatiewet is nog maar één soort categoriale bijzondere bijstand toegestaan. Het betreft de mogelijkheid bijzondere bijstand te verstrekken in de vorm van een collectieve aanvullende zorgverzekering. De inkomensgrens die in de WWB voor categoriale bijzondere bijstand was opgenomen (maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm) is komen te vervallen. De gemeente Zoeterwoude heeft besloten de inkomensgrens voor Zoeterwoudse inwoners te verruimen tot 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Naast de individuele en de categoriale bijzondere bijstand kan er nog een tussenvorm van bijzondere bijstand worden onderscheiden: de bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken. Deze vorm van bijzondere bijstand komt tegemoet aan de in de praktijk bestaande behoefte bijstand te kunnen verstrekken aan groepen waarvan het aannemelijk is dat zij meerkosten maken, zonder dat individueel behoeft te worden getoetst op de noodzakelijkheid van die kosten. Een voorbeeld waarbij van deze aanname kan worden uitgegaan is de groep van gezinnen met schoolgaande kinderen. Zij hebben te maken met directe en indirecte schoolkosten en met (extra) kosten van maatschappelijke participatie. Als laatste vorm van bijzondere bijstand kan nog genoemd worden een bijdrage in de vorm van een Individuele inkomenstoeslag of een Individuele studietoeslag. De Individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor mensen die langdurig met een laag inkomen moeten rondkomen zonder dat zij uitzicht hebben op verbetering van dat inkomen. De Individuele studietoeslag is bedoeld om mensen met een arbeidshandicap een steuntje in de rug te geven om (toch) te gaan studeren. Voor beide toeslagen geldt dat men daarvoor pas in aanmerking kan komen als aan in de Participatiewet opgenomen en in de gemeentelijke verordeningen uitgewerkte criteria wordt voldaan. Bij vaststellen van het recht is daarnaast sprake van beoordeling van individuele omstandigheden zodat maatwerk mogelijk is en de toeslag terecht komt bij de mensen die dat echt nodig hebben. De indeling van de hoofdstukken volgend op dit hoofdstuk, waarin inhoudelijk (verder) wordt ingegaan op de in deze paragraaf genoemde bijzondere bijstandsregelingen, is gebaseerd op de aard en doelgroepen van die regelingen. Daarbij is de bijzondere bijstand die niet onder de 'gewone' individuele bijzondere bijstand valt opgenomen in aparte hoofdstukken. Op deze wijze wordt getracht de bruikbaarheid van deze nota te vergroten voor de dagelijkse bijstandsuitvoeringspraktijk.

Rechtspraak bij dit artikel