Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.12

Inrichtingskosten

Onderdeel van Beleidsregels inkomensondersteuning Participatiewet Gemeente Zoeterwoude 2015

De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm door middel van reservering. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Slechts indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er sprake zijn van bijstandsverlening voor inrichtingskosten in de vorm van een geldlening (artikel 51 Participatiewet). Dit is het geval als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De kosten voortvloeien uit vervanging van de duurzame gebruiksgoederen die ouder zijn dan 10 jaar. Deze duurzame gebruiksgoederen worden geacht een gebruiksduur te hebben van minstens 10 jaar. Binnen deze termijn wordt, behoudens bijzondere individuele omstandigheden, niet voor een tweede maal bijstand verleend voor dezelfde kosten. De kosten voortvloeien uit het feit dat belanghebbenden in het kader van de gemeentelijke huisvestingstaakstelling voor het eerst worden gehuisvest in Zoeterwoude (asielgerechtigden, statushouders). De kosten voortvloeien uit het feit dat belanghebbenden naar of binnen Zoeterwoude zijn verhuisd en zij in het bezit zijn van een voorrangsverklaring (urgentieverklaring). De kosten voortvloeien uit een noodzakelijke verhuizing van een woning met hogere woonkosten dan de toepasselijke huurgrens naar een woning waarvan de woonkosten (huur) lager zijn dan de toepasselijke huurgrens. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het gevolg geven aan een bij een beschikking woonkostentoeslag opgelegde verhuisverplichting. Er bestaat geen recht indien aanspraak gemaakt kan worden op een voorliggende voorziening zoals de Individuele inkomenstoeslag of de WMO indien het op medische gronden noodzakelijk is om over te gaan tot aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen of andere inrichtingsgoederen (bijvoorbeeld vervanging van stoffering in verband met allergie of astma). De kosten moeten aangetoond en geverifieerd kunnen worden. Er is geen sprake van een voorzienbare verhuizing. Voorzienbare verhuizing Indien inrichtingskosten voortvloeien uit een voorzienbare verhuizing wordt daarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand verstrekt. Voorzienbare verhuizingen zijn verhuizingen die voortkomen uit de wens om van woning, buurt of gemeente te veranderen, of groter te gaan wonen, zonder dat daarvoor (verder) een noodzaak is. Hieronder valt ook de verhuizing van iemand (een jongere) vanuit het ouderlijk huis naar een zelfstandige woning. Hoogte bijzondere bijstand De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen zoals die zijn vermeld in de prijzengids van het NIBUD (complete inventarispakket is voor een gezin met twee volwassenen en één kind € 9.438,-). Indien er bijzondere bijstand verstrekt wordt voor een complete inventaris, bedraagt de hoogte van de bijzondere bijstand maximaal 80% van het in de prijzengids genoemde toepasselijke totaalbedrag. (Er wordt vanuit gegaan dat een deel van de inventaris tweedehands of tegen gereduceerde nieuwprijzen kan worden aangeschaft.) Indien de bijzondere bijstandsverlening betrekking heeft op één of meer duurzame gebruiks- en/of andere inrichtingsgoederen, dan is de hoogte van de bijstand maximaal gelijk aan de in de prijzengids genoemde bij elkaar opgetelde toepasselijke richtprijzen, doch nooit hoger dan het bedrag dat maximaal verstrekt zou kunnen worden voor een complete inventaris. De bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt verleend in de vorm van een renteloze geldlening. Alleen als er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, is het mogelijk om de bijstand om niet te verstrekken. Dit kan zich voordoen indien er sprake is van een schuldhulpverleningstraject waarbij het niet is toegestaan nieuwe schulden te maken. De bijzondere bijstand voor overige inrichtingskosten wordt in beginsel om niet verstrekt. Aan de bijstand verbonden verplichtingen Bij toekenningsbeschikking wordt de verplichting opgelegd om binnen 4 weken na toekenning bewijs te overleggen waaruit blijkt dat de bijzondere bijstand is aangewend voor het doel waarvoor het is verstrekt. Dit indien de kosten niet voorafgaand aangetoond en geverifieerd kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel