**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dat € 19.900 wordt slechts een bekostiging verleend voorzover de kosten van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan;
**2..** Ingeval burgemeester en wethouders in plaats van een bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt, per leerling tot een maximum van twee per gezin per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dat € 19.900-;
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijke gebruik ervan;
**3..** Het bedrag van € 19.900,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 augustus jaarlijks door burgemeester en wethouders aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepast bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 19.900,-;
**4..** De eigen bijdrage genoemde in lid 2 kan, desgewenst, in twee gelijke termijnen worden betaald. Burgemeester en wethouders bepalen de vervaldata;
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge titel 6 een vervoersvoorziening wordt verstrekt.