Naar hoofdinhoud
Wanneer het erfpachtsrecht, krachtens het bepaalde in het voorgaande artikel, eindigt, zal aan de daarop rechthebbenden eene schadevergoeding worden uitgekeerd, waarvan het bedrag, tenzij de erfpachter, de Gemeente en de hypotheekhouders het daarover onderling eens worden, bepaald zal worden door drie deskundigen, te benoemen door partijen. Indien partijen het over de benoeming niet eens kunnen worden, zal een deskundige worden benoemd door Burgemeester en Wethouders en een door den erfpachter en zullen de beide aldus gekozenen een derde benoemen. De keuze van een deskundige door den erfpachter zal moeten geschieden binnen 14 dagen nadat hem zal zijn kennis gegeven van de benoeming van een deskundige door Burgemeester en Wethouders. In het geval omtrent de keuze of de benoeming van een derden deskundige geen overeenstemming wordt verkregen binnen 14 dagen nadat de beide benoemde deskundigen daartoe door Burgemeester en Wethouders schriftelijk zijn uitgenoodigd, zal de benoeming geschieden door den Kantonrechter te Almelo. Wordt een dezer termijnen niet in acht genomen, dan heeft de gemeente het recht alle drie deskundigen aan te wijzen. De uitspraak der deskundigen moet worden gedaan binnen een maand na de benoeming van den laatstbenoemde. De deskundigen zullen bij de taxatie van de waarde der opstallen en van het erfpachtsrecht de verkoopwaarde van een en ander in aanmerking nemen en daarbij in het bijzonder letten op den tijd, dien het recht nog zou geduurd hebben. De schadevergoeding wordt door hen vastgesteld op tien procent boven de aldus getaxeerde waarde van het recht en de opstallen. De ingeschreven hypotheekhouders op het erfpachtsrecht en de opstallen zullen een gelijk recht kunnen doen gelden als aan ieder van hen, als gold het eene verdeeling tusschen hen, van den koopprijs ingeval van executie van het erfpachtsrecht en van de opstallen, zou toekomen. De erfpachter zal slechts op het daarna overblijvende bedrag recht hebben. Geen uitbetaling zal plaats hebben, zoolang niet de erfpachter en de hypotheekhouders schriftelijk bij eene verklaring, opgemaakt volgens het bij deze voorwaarden behoorend formulier E, aan Burgemeester en Wethouders te kennen hebben gegeven met de verdeeling der opbrengst genoegen te nemen of zoolang niet bij gewijsde alle geschillen beslecht zijn, die ter zake der verdeeling of der uitbetaling moeten zijn gerezen. De kosten op de taxatie vallende, zullen door de Gemeente worden gedragen.

Rechtspraak bij dit artikel