De subsidie ineens wordt slechts verleend indien:
de woning, waaraan de voorzieningen als bedoeld in artikel 2.2 worden getroffen, niet later dan 15 jaren voor het tijdstip van indiening van de aanvrager om subsidie voor bewoning is gereed gekomen of niet later dan 10 jaren voor laatstbedoeld tijdstip met subsidie van overheidswege ingrijpend is verbeterd en de kosten van de voorzieningen meer dan
€ 10.891,00 hebben bedragen.
de oppervlakte van alle ruimten in de woning waaraan de voorzieningen worden getroffen bij elkaar niet meer bedraagt dan 150 m2, zoals één en ander na het treffen van de voorzieningen, gemeten volgens punt 2.4.4 van de norm NEN 2580 (hoofdstuk 4.5.1.), opgesteld door het Nederlands Normalisatie Instituut;
de woning, waaraan de voorzieningen worden getroffen, in haar geheel of ten dele beschouwd, niet voldoet aan redelijke eisen van bewoonbaarheid, met betrekking tot de kwaliteit, die aan een woning wordt gesteld.
Indien meer dan de helft van de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van voorzieningen, wordt verricht door de eigenaar -anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van anderen zonder dat bij de hulp sprake is van de uitoefening van het bedrijf- wordt de subsidie ineens, zoals bedoeld in het eerste lid met 55 honderdste verminderd.
Voor de vermindering, bedoeld in het tweede lid, is bepalend of van de kosten van het geheel van de werkzaamheden, berekend alsof geen van de werkzaamheden overeenkomstig het in dat lid bepaalde wordt verricht door de eigenaar, meer dan de helft moet worden toegerekend aan de werkzaamheden die worden verricht door de eigenaar.
Artikel 2.4
De subsidie ineens wordt slechts verleend onder de verplichting dat:
binnen 13 weken na een bij de verlening te bepalen tijdstip met het treffen van de voorzieningen een aanvang wordt gemaakt;
de voorzieningen zijn getroffen binnen 1wee jaar na de datum van verlening;
aan de door het college met controle belaste personen op door hen te bepalen tijdstippen:
toegang wordt verleend tot het gebouwde onroerende goed;
inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen;
de op het treffen van voorzieningen betrekking hebbende, gegevens worden verstrekt;
gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens.
de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste toepassing van deze verordening worden verstrekt;
bij het treffen van de voorzieningen niet wordt gehandeld in strijd met het bepaalde in de “Vestigingswet Bedrijven 1954” (bouwcluster).
alle werkzaamheden aan de elektrische en gasinstallatie worden uitgevoerd door een erkend installateur;
de verbetering wordt uitgevoerd overeenkomstig de wijze zoals vermeld op de bij de aanvraag ingediende bescheiden.
Het college kan afwijking van de in het eerste lid onder a en b genoemde termijnen toestaan.
Artikel 2.5
De subsidie ineens wordt niet verleend indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de volkshuisvesting niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de eigenaar bij de gemeente een aanvraag om subsidie heft ingediend en voordat door of namens het college toestemming is verleend;
de kosten van de gezamenlijke voorzieningen, genoemd in artikel 2.7, minder bedragen dan € 680,--;
de woning waaraan de voorziening(en) wordt/worden getroffen naar het oordeel van het college niet geschikt of bestemd is om het gehele jaar door te worden bewoond;
de woning c.q. het bedrijfspand waaraan de voorziening(en) wordt/worden getroffen bestemd is om binnen een periode van 5 jaar te worden afgebroken;
de schil van de woning c.q. de gevel van het bedrijfspand na het treffen van de voorziening(en) niet voldoet aan de eisen daaraan gesteld in de gemeentelijke bouwverordening, het Bouwbesluit (artikel 2.10) en de duurzaamheidseisen (artikel 2.11).
De te verlenen subsidie(s) zal/zullen de werkelijke kosten nimmer mogen overschrijden.