1.Het is verboden zonder een vergunning van de burgemeester een voor
publiek toegankelijk terras
dat deel uitmaakt van een openbare inrichting te exploiteren of te
doen exploiteren.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd
indien:
een terras niet is gesitueerd direct aangrenzend aan
of in de directe nabijheid van de horeca-inrichting
van de aanvrager;
uit de aanvraag blijkt dat door de afmeting van het
terras op een trottoir of voetgangersgedeelte niet
tenminste 1,20 meter vrije doorgang voor het verkeer
is gewaarborgd, tenzij de burgemeester van oordeel
is dat vanuit verkeerstechnisch oogpunt een doorgang
van minder dan 1,20 meter verantwoord is;
uit de aanvraag blijkt dat het terras gevaar
oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
het doelmatig beheer van de weg en daaraan niet door
het verbinden van voorschriften aan de vergunning
tegemoet kan worden gekomen;
uit de aanvraag blijkt dat het terras breder is dan
de gevelbreedte van de horeca-inrichting, tenzij de
burgemeester van oordeel is dat, gelet op onder meer
de belangen van eigenaren/gebruikers van belendende
percelen een afwijkende breedtemaat vereist of
aanvaardbaar is;
de aanvraag betrekking heeft op een terras op een
binnenplaats of binnenterrein, dat wil zeggen een
plaats of een terrein dat omsloten is door woningen,
tenzij de burgemeester van oordeel is dat door het
verbinden van voorschriften aan de vergunning
overlast voor eigenaren/gebruikers van belendende
percelen kan worden voorkomen;
voor het terras ook andere vergunningen zijn vereist
welke krachtens de desbetreffende wettelijke
bepalingen niet kunnen worden verleend.
Bij de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het
eerste lid kan de burgemeester
nadere regels vaststellen, c.q. nadere voorschriften stellen ten
aanzien van:
het waarborgen van de verkeersveiligheid;
de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van
reclame op terrassen;
de voorkoming van overlast voor eigenaren/gebruikers van
belendende percelen.
4.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan voorts
worden geweigerd indien het
voorgenomen terras niet voldoet aan de nadere door de burgemeester
vastgestelde regels als bedoeld in het derde lid.
5.De burgemeester verbindt aan een terrasvergunning in elk geval
voorschriften met betrekking tot
de toegestane locatie en de toegestane omvang van het terras.
6.Het verbod in het eerste lid geldt niet indien en voorzover de Wet
milieubeheer van toepassing
is.
7.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:20
Terrassen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maasgouw