1.De exploitant en de beheerder:
staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
ouderlijke macht of de voogdij;
zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de
exploitant en de beheerder niet:
met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
van Strafrecht ter beschikking gesteld;
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer
door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare
lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een
misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot
voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van
het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke
uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een
onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een
andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede
wegens overtreding van:
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
vreemdelingen;
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417,
417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
Strafrecht;
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
1994;
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
Wet op de Kansspelen;
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid
wordt gelijk gesteld:
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
artikel 74, tweede lid, onder a van het Wetboek van
Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
een bevel tot tenuitvoerlegging van een
voorwaardelijke straf.
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
wordt:
bij de weigering van een vergunning teruggerekend
vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
vergunning;
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
datum van de intrekking van deze vergunning.
5.De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf
jaar geen exploitant of beheerder geweest
van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
maand door het bevoegde
bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
artikel 3:4, eerste lid, is
ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt
treft.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 2
Artikel 3:5
Gedragseisen exploitant en beheerder
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maasgouw