In deze afdeling wordt verstaan onder:
schip: elk vaartuig of watervliegtuig,
gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een
middel van vervoer te water;
klein schip: een schip waarvan de lengte
minder dan 20 meter bedraagt, waartoe als lengte
wordt aangemerkt de afstand van de voorkant van het
voorste tot de achterkant van het achterste vaste
deel van de romp, zonder boegspriet, de papegaaistok
en het trim vlak, zulks met uitzondering van:
een schip dat is gebouwd of ingericht om andere dan kleine
schepen te assisteren, te duwen of langs zijde vastgemaakt
mee te voeren;
een schip dat meer dan 12 passagiers mag
vervoeren;
een veerpont, een visserschip, een duwbak.
c.snelle motorboot: een klein schip dat,
bij gebruikmaking van zijn mechanische
middelen tot voortbeweging, sneller kan varen dan 20 kilometer per
uur;
waterscooter: een snelle motorboot,
gebouwd of ingericht om door een of meer personen
skiënd door of over het water te worden
voortbewogen;
visboot: een vaartuig, kennelijk
ingericht om enkel door spierkracht te worden
voortbewogen en bestemd voor de uitoefening van de
sportvisserij;
bedrijfsvaartuig: een vaartuig waarin of
waarmede een bedrijf of beroep wordt of kan worden
uitgeoefend;
haven: een tot duurzame exploitatie
bestemde accommodatie te land en/of te water, waar
bedrijfsmatig gelegenheid wordt geboden tot het ter
plaatse al of niet onder toezicht gedurende langere
tijd achterlaten van een vaartuig, ongeacht of met
die exploitatie al of niet winst wordt beoogd;
surfoever: een veelal door borden of
andere merktekens aangeduide plaats op de oever waar
door surfers pleegt te worden aangeland;
zweminrichting: een voor het publiek
toegankelijke plaats welke is ingericht om te worden
gebruikt voor het zwemmen, tezamen met de daarbij
behorende terreinen, gebouwen en getimmerten en
uitrustingen;
zwemgelegenheid in oppervlaktewater:
locatie in oppervlaktewater, niet zijnde een
zweminrichting, waar door een aanmerkelijk aantal
personen in elkaars nabijheid pleegt te worden
gezwommen;
passantenplaats; een ligplaats
uitsluitend bestemd voor pleziervaartuigen, welke
maximaal drie achtereenvolgende dagen mag worden
ingenomen. Onder dag wordt verstaan de periode
tussen 00.00 uur en 24.00 uur.
Onder oevers zijn mede begrepen de oeverbeschermingen en de
daarvan deel uitmaken de beplantingen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 6
Artikel 5:23
Algemene bepalingen en definities
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maasgouw