**1..** Het inboeten van het metselwerk dient met bijpassende stenen te geschieden, lettend op kleur, hardheid en afmeting. Inboetwerk dient in het bestaande metselverband te worden uitgevoerd;
**2..** Nieuw voegwerk dient qua samenstelling, eigenschappen, kleur en uitvoering overeen te komen met het historisch juiste voegwerk;
**3..** Het voegwerk dient tot ten minste 30 centimeter beneden het maaiveld te worden nagezien en indien nodig hersteld of vernieuwd;
**4..** De voegen dienen in verband met een goede hechting van de voegspecie zodanig te worden uitgehakt dat de voeg voldoende massa heeft. Als richtlijn kan worden aangehouden een verhouding van voegdikte staat tot voegdiepte als één staat tot twee; Het uithakken van voegen dient uitsluitend met de hand of, indien pneumatisch, met een fijne beitel te geschieden. Het uitslijpen van de voegen is in verband met mogelijke beschadiging van de steen slechts toegestaan met gebruikmaking van een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van een afzuiging;
**5..** Bij uithakken van bestaand voegwerk mogen smalle stootvoegen niet worden verbreed; het zogenaamd ophakken van stootvoegen is niet toegestaan.
**6..** Voorafgaand aan het uithakken en opnieuw voegen dient een proefstuk te worden beoordeeld door een door het college aangewezen medewerker van de gemeente. Dit proefstuk: - dient op een onopvallende plaats te zitten, bijvoorbeeld hoog op de gevel; - wordt beoordeeld op zowel het uithakken als het voegen; - het proefstuk dient te worden uitgehakt en gevoegd door diegenen die het gehele werk zullen gaan uithakken en voegen;
**7..** Nieuw pleisterwerk dient qua samenstelling, eigenschappen, kleur en uitvoering overeen te komen met het historisch juiste pleisterwerk;
**8..** Het pleisterwerk tot ten minste 30 centimeter beneden het maaiveld te worden nagezien en indien nodig hersteld of vernieuwd;
**9..** De samenstelling van het pleisterwerk dient aan de hardheid van de onderliggende steen te zijn aangepast;
**10..** Het toepassen en aanbrengen van gevelafwerking die niet aanwezig is in de bestaande situatie is niet toegestaan, tenzij dit in het inspectierapport van de Monumentenwacht Overijssel/Flevoland wordt geadviseerd en door het college is geaccordeerd;
**11..** Bestaand metselwerk dient behouden te blijven. Metselwerk mag pas worden vervangen indien en in zoverre dit in het inspectierapport van de Monumentenwacht Overijssel/Flevoland wordt geadviseerd en door het college is geaccordeerd;
**12..** Nieuw metselwerk dient qua samenstelling, eigenschappen, hardheid, kleur en textuur aansluiten op het bestaande metselwerk. De metselmortel moet aangepast zijn aan de samenstelling en hardheid van de bestaande mortel.
**13..** Gevelreiniging is niet toegestaan, tenzij dit in het inspectierapport van de Monumentenwacht Overijssel/Flevoland wordt geadviseerd. Onder gevelreiniging wordt onder meer verstaan: stralen met grit, zand en water en het reinigen met behulp van chemische middelen;
**14..** Het hydrofoberen en impregneren van gevels is niet toegestaan, tenzij in het inspectierapport van de Monumentenwacht Overijssel/Flevoland wordt geadviseerd;
**15..** Het toepassen van steenverstevigers is niet toegestaan;
PARAGRAAF 2
Artikel 3
Metselwerk, voegwerk en pleisterwerk
Onderdeel van Nadere regels voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten